Spring naar inhoud

Jaarrekening 2025

Kengetallen

AANTAL VERHUUREENHEDEN:

Boekjaar 2025 2024 2023 2022
1. Woningen en woongebouwen        
a. in exploitatie:        
- woningen 6.039 5.992 5.929 5.847
- wooneenheden 287 291 251 251
totaal woningen en wooneenheden 6.326 6.283 6.180 6.098
b. in aanbouw 0 46 62 85
2. Woonwagens en standplaatsen        
a. Standplaatsen 64 65 64 66
b. Woonwagens 24 24 23 24
c. Werklocaties 5 5 5 7
3. Garages en bergingen 88 88 88 88
4. Overige objecten 29 29 29 29
Totaal (aantal verhuureenheden) 6.536 6.540 6.451 6.397

BALANS EN WINST- EN VERLIESREKENING

Getallen x € 1000,-
  2025 2024 2023 2022
1. Balans        
- Vaste activa 1.190.019 1.128.003 1.041.949 1.021.844
- Huurachterstand 447 361 378 378
- Eigen vermogen 902.109 843.514 772.423 760.007
- Langlopende schulden 268.496 266.939 258.060 244.722
- Totaal vermogen 1.196.176 1.130.992 1.047.175 1.026.349
         
2. Winst- en verliesrekening        
- Huren 49.137 45.912 44.633 43.424
- Opbrengsten servicecontracten 3.315 3.836 3.294 2.791
- Opbrengst verkochte activa 82 0 194 421
         
- Jaarresultaat 58.595 71.091 12.416 35.868
ALGEMEEN 2025 2024 2.023 2022
1. Huurachterstand uitgedrukt in een percentage van de huren en vergoedingen (betreft de achterstand van huidige huurders) 0,35 0,33 0,33 0,43
2. Huurderving uitgedrukt in een percentage van de huren en vergoedingen 0,46 0,53 0,59 0,56
3. Eigen vermogen einde boekjaar per wooneenheid 142.603 134.253 124.988 124.632
4. Gemiddelde netto-huur per wooneenheid 7.764 7.296 7.219 7.116
5. Personeelsbezetting einde boekjaar:        
Totaal aantal personen 67 67 67 67
Waarvan part-time 38 41 41 42
Totaal aantal personen in full time equivalenten 58,08 58,13 58,43 56,84
6. Salarissen en sociale lasten
x € 1000
5.128 4.970 4.580 4.471

FINANCIËLE RATIO'S

          2025   2024
  DAEB Norm niet-DAEB Norm TOTAAL Norm TOTAAL
Continuïteitsratio's:              
ICR (liquiditeit) 1,9  > 1,4 2,9 > 1,8 1,9 > 1,4 1,9
Solvabiliteit * 60,2% > 30% 71,7% > 30% 59,8% > 30% 63,8%
Loan to value * 39,4% < 70% 17,2% < 70% 38,2% < 70% 34,2%
               
Discontinuïteitsratio's:              
Dekkingsratio ** 22,0% < 70% 13,3% < 70% 21,6% < 70% 24,5%
Onderpandratio (WSW) ***         22,1% < 70% 25,1%

Balans per 31 december 2025 (voor resultaat bestemming)

A C T I V A 31 dec. 25 31 dec. 24
     
     
VASTE ACTIVA    
     
1. VASTGOEDBELEGGINGEN    
1.1 DAEB vastgoed in exploitatie 1.099.385.927 1.035.259.824
1.2 niet-DAEB vastgoed in exploitatie 60.835.117 58.669.326
1.3 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 14.918.060 14.720.651
1.4 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 1.285.907 5.230.244
Sub-totaal 1.176.425.011 1.113.880.045
     
2. MATERIËLE VASTE ACTIVA    
2.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste    
van de exploitatie 1.451.203 1.730.744
Sub-totaal 1.451.203 1.730.744
     
3. FINANCIËLE VASTE ACTIVA    
3.1 Andere deelneming 10.761.214 10.004.718
3.2 Latente vordering vennootschapsbelasting 1.381.074 2.387.753
Sub-totaal 12.142.288 12.392.471
     
TOTAAL VASTE ACTIVA 1.190.018.502 1.128.003.260

VLOTTENDE ACTIVA

4. VOORRADEN    
4.1 Vastgoed bestemd voor verkoop 428.765 75.210
4.2 Overige voorraden 0 255
  428.765 75.465
     
5. VORDERINGEN    
5.1 Huurdebiteuren 197.468 170.270
5.2 Overheid 12.968 35.171
5.3 Vorderingen groepsmaatschappijen 240.000 240.000
5.4 Belastingen en premies sociale verzekering 6.371 1.274.038
5.5 Overige vorderingen 461.985 78.306
5.6 Overlopende activa 225.498 445.292
Sub-totaal 1.144.290 2.243.077
     
6. LIQUIDE MIDDELEN 4.584.395 670.637
     
TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA 6.157.450 2.989.179
     
Totaal generaal 1.196.175.952 1.130.992.439
P A S S I V A 31 dec. 25 31 dec. 24
     
     
     
7. EIGEN VERMOGEN    
7.1 Herwaarderingsreserve 675.599.350 623.180.361
7.2 Wettelijke en statutaire reserves 2.761.214 2.004.718
7.3 Overige reserves 165.153.449 147.237.715
7.4 Resultaat boekjaar 58.595.181 71.091.219
  902.109.194 843.514.013
     
8. VOORZIENINGEN    
8.1 Voorziening onrendabele investeringen 3.696.370 2.021.975
8.2 Voorziening latente belastingverplichtingen 2.928.092 2.849.635
8.3 Overige voorzieningen 105.252 110.875
  6.729.714 4.982.485
     
9. LANGLOPENDE SCHULDEN    
9.1 Schulden aan overheid 7.900.000 7.900.000
9.2 Schulden aan banken 246.653.498 245.240.638
9.3 Terugkoopverplichting vastgoed verkocht onder voorwaarden 13.870.362 13.730.246
9.4 Overige schulden 71.965 67.930
TOTAAL LANGLOPENDE SCHULDEN 268.495.825 266.938.814
     
10. KORTLOPENDE SCHULDEN    
10.1 Schulden overheid 134.226 134.226
10.2 Schulden aan leveranciers 2.177.798 3.155.458
10.3 Belastingen en premies sociale verzekering 1.525.275 2.418.812
10.4 Schulden aan banken 10.698.429 7.290.535
10.5 Overlopende passiva 4.305.491 2.558.096
TOTAAL KORTLOPENDE SCHULDEN 18.841.219 15.557.127
     
Totaal generaal 1.196.175.952 1.130.992.439

Winst- en verliesrekening over 2025

WINST- EN VERLIESREKENING OVER 2025

  Boekjaar 2025 Boekjaar 2024
11.1 Huuropbrengsten 49.136.644   45.912.426  
11.2 Opbrengsten servicecontracten 3.314.780   3.836.038  
11.3 Lasten servicecontracten -3.163.911   -3.690.025  
11.4 Lasten verhuur en beheeractiviteiten -3.489.112   -3.242.110  
11.5 Lasten onderhoudsactiviteiten -22.333.336   -19.704.322  
11.6 Overige directe operationele exploitatielasten -3.222.965   -2.927.670  
11. Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille   20.242.100   20.184.337
         
12.1 Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling 5.000   0  
12.2 Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling -5.126   0  
12.3 Toegerekende organisatiekosten 0   0  
12. Netto resultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling   -126   0
         
13.1 Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 400.877   -250  
13.2 Toegerekende organisatiekosten -4.029   -3.884  
13.3 Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -319.192   0  
13. Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedport.   77.656   -4.134
         
14.1 Overige waardeveranderingen vastgoed-        
portefeuille -6.548.230   -7.012.966  
14.2 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen        
vastgoedportefeuille 58.775.315   69.680.625  
14.3 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen        
vastgoedportefeuille verkocht onder        
voorwaarden 57.293   193.909  
14.4 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen        
vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop -70.408   817.133  
14. Waardeveranderingen vastgoedportefeuille   52.213.970   63.678.701
         
15.1 Opbrengst overige activiteiten 33.174   31.965  
15.2 Kosten overige activiteiten -438.601   172.937  
15. Netto resultaat overige activiteiten   -405.427   204.902
         
16.  Overige organisatiekosten   -1.134.243   -1.098.065
17.  Leefbaarheid   -1.653.779   -1.526.719
         
18.1 Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 76.989   240.050  
18.2 Rentelasten en soortgelijke kosten -8.592.635   -8.388.896  
18. Saldo financiële baten en lasten   -8.515.646   -8.148.846
         
Resultaat voor belastingen   60.824.505   73.290.176
         
19. Belastingen   -3.225.820   -2.921.241
20. Aandeel in resultaat van deelnemingen   996.496   722.284
         
Resultaat na belastingen   58.595.181   71.091.219

Kasstroomoverzicht 2025

  2025 2024
Operationele activiteiten        
Ontvangsten:        
Huurontvangsten 49.680.000   46.119.000  
Vergoedingen 3.446.000   3.364.000  
Overige bedrijfsontvangsten 233.000   238.000  
Ontvangen interest 10.000   6.000  
Saldo ingaande kasstromen   53.369.000   49.727.000
         
Uitgaven:        
Betalingen aan werknemers 5.817.000   5.654.000  
Onderhoudsuitgaven 20.491.000   17.829.000  
Overige bedrijfsuitgaven 9.560.000   8.525.000  
Renteuitgaven 8.467.000   8.298.000  
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat 109.000   107.000  
Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden 218.000   198.000  
Vennootschapsbelasting 873.000   1.713.000  
Saldo uitgaande kasstromen   45.535.000   42.324.000
Kasstroom uit operationele activiteiten   7.834.000   7.403.000
         
(Des)investeringsactiviteiten        
MVA ingaande kasstroom        
Verkoopontvangsten bestaande huur 408.000   28.000  
Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV) 0   0  
Verkoopontvangsten nieuwbouw 5.000   0  
Verkoopontvangsten grond 134.000   1.097.000  
(Des)Investeringsontvangsten overig 0   0  
Tussentelling ingaande kasstroom MVA   547.000   1.125.000
         
MVA uitgaande kasstroom        
Nieuwbouw huur 3.287.000   14.017.000  
Verbeteruitgaven 5.413.000   5.399.000  
Aankoop 320.000   3.070.000  
Nieuwbouw verkoop 0   0  
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop 359.000   0  
Sloopuitgaven 0   0  
Investeringen overig 25.000   216.000  
Tussentelling MVA uitgaande kasstroom   9.404.000   22.702.000
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA   -8.857.000   -21.577.000
         
FVA        
Ontvangsten verbindingen 240.000   240.000  
Ontvangsten overig 0   0  
Uitgaven overig 0   0  
Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA   240.000   240.000
         
Kasstroom uit (des)investeringen   -8.617.000   -21.337.000
         
Financieringsactiviteiten        
Ingaand        
Nieuwe te borgen leningen / mutatie roll-over 17.000.000   13.000.000  
         
Uitgaand        
Aflossing geborgde leningen -12.304.000   -294.000  
         
Kasstroom uit financieringsactiviteiten   4.696.000   12.706.000
Wijziging kortgeld   0   0
         
Mutatie liquide middelen   3.913.000   -1.228.000
         
Liquide middelen per 1 januari   671.000   1.899.000
Liquide middelen per 31 december   4.584.000   671.000

Algemene toelichting

Algemeen

Ons Huis Woningstichting is een stichting met de status van toegelaten instelling in de zin van artikel 19 van de Woningwet. De statutaire vestigingsplaats is Apeldoorn en het kantoor is gevestigd op het adres Waterloseweg 3, te Apeldoorn. Ons Huis is bij de Kamer van Koophandel ingeschreven onder nummer 08025640. De stichting stelt zich ten doel uitsluitend werkzaam te zijn op het gebied van de volkshuisvestiging zoals omschreven in artikel 45 Woningwet. Dit betreft met name het exploiteren en ontwikkelen van woningen binnen de sociale huursector.
Ons Huis heeft een toelating voor de woningmarktregio Zwolle / Stedendriehoek. Het werkgebied is de gemeente Apeldoorn en de gemeente Zutphen.
De jaarrekening over 2025 is opgemaakt op 13 mei 2026.

Continuïteit

Door de mondiale omstandigheden (oorlogen Oekraïne en Midden-oosten, nieuwe president VS, vluchtelingen) ontstaan (verhoogde) risico’s op oplopende inflatie en rente en toenemende druk op de woningmarkt. Ook kan de betaalbaarheid van huurders verder onder druk komen mede door oplopende energieprijzen. Op grond hiervan zien wij echter geen reden om te twijfelen aan de continuïteit van de stichting en hebben wij de jaarrekening opgemaakt op basis van continuïteitsveronderstelling en achten wij de ingenomen schattingen in de jaarrekening nog steeds passend.

Vergelijkende cijfers

Daar waar van toepassing zijn de cijfers over het voorgaande boekjaar geherrubriceerd om de vergelijking met het huidig boekjaar mogelijk te maken. De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar.

Valuta-eenheid

Alle bedragen in deze jaarrekening zijn in euro’s (€)

Regelgeving

Ons Huis heeft de jaarrekening opgesteld met inachtneming van artikel 35 van de Woningwet. Het eerste lid van dit artikel schrijft de toepassing van BW2 Titel 9 voor, behoudens enkele specifieke uitzonderingen. Behalve de Woningwet zijn tevens het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting en de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting van toepassing. In artikel 35 lid 6 is bepaald dat bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven omtrent de inrichting van de jaarrekening. In artikel 15 lid 1 van RTIV is bepaald dat de jaarrekening een balans, een winst-en-verliesrekening en een kasstroomoverzicht bevat die zijn ingericht overeenkomstig het model dat is opgenomen in de op het verslagjaar betrekking hebbende bijlage 3 bij deze
regeling. Verder zijn de Beleidsregels toepassing Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (“WNT”) en de door de Raad voor de Jaarverslaggeving uitgegeven richtlijnen toegepast, waaronder Richtlijn 645 ‘Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting in het bijzonder. De jaarrekening is opgemaakt op 13 mei 2026.

Oordelen van schattingen

Bij de toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt het bestuur van Ons Huis zich diverse oordelen en schattingen. De belangrijkste oordelen en schattingen hebben betrekking op de activa in exploitatie (zowel het DAEB en Niet DAEB vastgoed), de voorzieningen, de waardeverminderingen en de acute en latente belastingen. De hierbij behorende veronderstellingen zijn vermeld in de toelichting bij de hiervoor genoemde jaarrekeningposten.

Grondslagen voor consolidatie

Overige kapitaalbelangen (20% of meer), gewaardeerd tegen netto vermogenswaarde:
CV Heyendaal te Nijmegen (33,3%, 2024: 33,3%)
Resultaat 2025: € 2.989.488, vermogen 31-12-2025: € 30.014.149
Samen met Stichting SSHN en Stichting Woningcorporaties het Gooi en Omstreken heeft Ons Huis een CV opgericht waarin 207 eenheden voor studenten zijn gerealiseerd in Nijmegen. Ons Huis is commanditair vennoot in de CV, welke classificeert als joint venture.
Verder heeft Ons Huis de volgende verbindingen met duurzame financiële en/of bestuurlijke banden door middel van het hebben van zeggenschap op grond van contractuele bepalingen
– Stichting Verenigde Samenwerkende Woningcorporaties, te Apeldoorn;
– Stichting Woonkeus, te Apeldoorn;
– Stichting Beheer Woonwagens en Standplaatsen Apeldoorn, te Apeldoorn

Salderen

Een actief en een post van het vreemd vermogen worden gesaldeerd in de jaarrekening opgenomen uitsluitend indien en voor zover: een deugdelijk juridisch instrument beschikbaar is om het actief en de post van het vreemd vermogen gesaldeerd en simultaan af te wikkelen; en het stellige voornemen bestaat om het saldo als zodanig of beide posten simultaan af te wikkelen.

Financiële instrumenten

Onder financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten zoals vorderingen, effecten en schulden, als afgeleide financiële instrumenten verstaan. Alle aan- en verkopen volgens standaard markconventies van financiële activa worden opgenomen per transactiedatum, dat wil zeggen de datum waarop Ons Huis de bindende overeenkomst aangaat. Voor de grondslagen van primaire financiële instrumenten wordt verwezen naar de behandeling per balanspost. Ons Huis heeft geen afgeleide financiële instrumenten.

Grondslagen voor balanswaardering

Vastgoedbeleggingen

Vastgoed in exploitatie

Classificatie en kwalificatie

Het vastgoed in exploitatie wordt op objectniveau geclassificeerd naar DAEB (sociaal) en niet-DAEB (commercieel) vastgoed, gebaseerd op het door de Autoriteit woningcorporaties geaccordeerde scheidingsvoorstel. Op grond van deze criteria omvat het DAEB vastgoed de woningen met een huurprijs tot aan de huurliberalisatiegrens (huurtoeslaggrens) op contractdatum, het maatschappelijk vastgoed en het overige sociale vastgoed. Maatschappelijk vastgoed is bedrijfs onroerend goed dat wordt verhuurd aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijn-, onderwijs- en culturele instellingen en dienstverleners en tevens is vermeld op de bijlage zoals deze is opgenomen in de EC-beschikking d.d. 15 december 2009. Het niet-DAEB vastgoed omvat volgens de eerder genoemde criteria de woningen met een huurprijs boven de
huurliberalisatiegrens (huurtoeslaggrens) op contractdatum, het bedrijfsmatig vastgoed (niet zijnde maatschappelijk vastgoed) en het overige commercieel vastgoed. Herclassificatie van vastgoed in exploitatie en/of onroerende zaken verkocht onder voorwaarden geschiedt slecht indien sprake is van een wijziging van het gebruik of het beleid, gestaafd door:

  • daadwerkelijke aanvang van activiteiten ten behoeve van verkoop van vastgoed die niet meer in exploitatie zijn;
  • verkoop onder voorwaarden van vastgoed in exploitatie waarbij de transactie kwalificeert als financieringstransactie;
  • terugkoop van onder voorwaarden verkochte onroerende zaken die als financieringstransactie zijn aangemerkt ten behoeve van de eigen exploitatie of verkoop;
  • beëindiging van de duurzame exploitatie van bestaand vastgoed om nieuw vastgoed te gaan ontwikkelen en exploiteren.

Complexindeling

Het DAEB en Niet DAEB vastgoed is opgedeeld naar waarderingscomplexen. Een waarderingscomplex is een samenstel van verhuureenheden, dat in principe bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie, en dat als één geheel aan een derde partij in verhuurde staat kan worden verkocht. Alle verhuureenheden van de toegelaten instelling maken deel uit van een waarderingscomplex of zijn een afzonderlijk waarderingscomplex. Het kan voorkomen dat een waarderingscomplex bestaat uit DAEB en Niet DAEB vastgoed. In dat geval wordt, nadat de waarde van het waarderingscomplex is bepaald, de waarde opgesplitst in een deel dat aan het DAEB vastgoed, respectievelijk aan het niet-DAEB deel kan worden toegerekend.

Waardering bij eerste verwerking DAEB en Niet DAEB vastgoed

Bij de eerste verwerking wordt het DAEB vastgoed in exploitatie en het niet-DAEB vastgoed in exploitatie gewaardeerd tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief transactiekosten minus eventuele investeringssubsidies. De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van de bestede externe kosten en de hieraan direct toerekenbare kosten.

Buitengebruikstelling als gevolg van sloop

Indien op het waarderingscomplex of een deel daarvan, op de waardepeildatum 31 december 2025 een ook voor een derde, onherroepelijke verplichting tot sloop van toepassing is, wordt hier bij de waardering rekening mee gehouden. De sloopkosten worden in het jaar van uitgave ten laste van het resultaat gebracht.

Waardering na eerste verwerking

Na eerste verwerking wordt het vastgoed in exploitatie gewaardeerd op basis van actuele waarde. Op grond van artikel 31 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 vindt de waardering plaats tegen de marktwaarde. Het Besluit actuele waarde is niet van toepassing. Op grond van artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 vindt de waardering tegen marktwaarde plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (“Handboek modelmatig waarderen marktwaarde”).
Op basis van artikel 31 van het BTIV wordt bij de waardering onderscheid gemaakt naar de volgende categorieën:
• Woongelegenheden
• Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed (BOG en MOG)
• Parkeergelegenheden
• Intramuraal zorgvastgoed
Ons Huis hanteert de basisversie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde voor woongelegenheden, MOG, Intramuraal vastgoed, woonwagens en standplaatsen en parkeergelegenheden. Dit betreft een modelmatige waardering, waarbij inherent aan het gebruik van de basisversie, sprake is van het risico dat deze waardering in een bepaalde bandbreedte (+/- 10%) kan afwijken van de waardering op basis van de full versie van het handboek (waarbij vrijheidsheidsgraden mogen worden aangepast en een taxateur betrokken is). Voor BOG hanteert Ons Huis verplicht de full versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde omdat de huursom van dit vastgoed meer bedraagt dan 5% van de totale huursom van de niet-DAEB tak. Bij de waardering van het vastgoed worden een doorexploiteer- en een uitpondscenario onderscheiden. De marktwaarde is de hoogste van beide waarderingen. Het handboek volgt de netto contante waarde methode, de DCF-methode. Via de DCF-methode worden de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen contant gemaakt naar het heden aan de hand van een disconteringsvoet, inclusief de eindwaarde die de geschatte opbrengstwaarde is van het vastgoed aan het einde van de DCF-periode. Hierbij wordt verondersteld dat de jaarbedragen medio het jaar ontvangen, respectievelijk betaald worden. De berekening van de netto contante marktwaarde wordt bij alle typen vastgoed uitgevoerd voor een exploitatieperiode van 15 jaar. De bepaling van de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen vindt bij woongelegenheden en parkeergelegenheden plaats aan de hand van twee scenario’s: enerzijds op basis van het doorexploiteerscenario en anderzijds op basis van het uitpondscenario. Bij BOG, MOG en intramuraal vastgoed is alleen het doorexploiteerscenario van toepassing. Na eerste verwerking wordt een waardevermindering of – vermeerdering van de marktwaarde van onroerende zaken in exploitatie verantwoord in de winst en-verliesrekening van de periode waarin de wijziging zich voordoet. De waardevermindering of – vermeerdering wordt separaat tot uitdrukking gebracht en in het resultaat verantwoord als “Niet-gerealiseerde waardeveranderingen”. Deze waardevermindering of – vermeerdering bestaat uit aanpassingen in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde en uit ontwikkelingen van de woningmarkt en huurportefeuille van de corporatie.

Uitgaven na eerste verwerking

Uitgaven na eerste verwerking ten behoeve van het complex aangaande het DAEB en Niet DAEB vastgoed, die voldoen aan de algemene activeringscriteria worden geactiveerd tegen kostprijs en vervolgens getoetst aan het verschil in marktwaarde van het complex vóór en na deze uitgaven. Het marktwaardeverschil wordt in het actief verwerkt als een waardevermindering of – vermeerdering en in het resultaat verantwoord als “Niet-gerealiseerde waardeveranderingen”. Wanneer per balansdatum sprake is van feitelijke of juridische investeringsverplichtingen voor het vastgoed in exploitatie (bijv. renovaties en verduurzamingsprojecten), waarbij de geschatte kostprijs van het vastgoed hoger is dan de aan deze investeringsverplichtingen toe te rekenen marktwaarde per balansdatum op basis van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde, dan brengen we het verschil eerst in mindering op de al bestede kosten. Voor het resterende bedrag vormen we een voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen. De afwaardering van de bestede kosten tot nihil en de vorming van de voorziening verantwoorden we in het resultaat onder de post overige waardeveranderingen.

Herwaarderingsreserve vastgoed in exploitatie

Jaarlijks wordt op balansdatum de marktwaarde van onroerende zaken in exploitatie opnieuw bepaald. Winsten of verliezen ontstaan door een wijziging in de marktwaarde van het vastgoed worden verantwoord in de winst-en- verliesrekening. Voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van het waarderingscomplex en de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering, wordt een herwaarderingsreserve gevormd. Het expliciet opnemen van een herwaarderingsreserve in de balans als onderdeel van het eigen vermogen benadrukt voor de gebruiker van de jaarrekening dat een deel van het eigen vermogen op het waarderingsmoment nog niet gerealiseerd is. Tevens is bij toepassing van de basisversie sprake van een portefeuillewaardering in plaats van complexwaardering, waardoor er tevens een bepaalde onnauwkeurigheid kan bestaan in de allocatie binnen het eigen vermogen tussen de herwaarderingsreserve en de overige reserves.

Afschrijvingen

Op de onroerende zaken in exploitatie gewaardeerd op marktwaarde wordt niet afgeschreven.

Beleidswaarde:

De beleidswaarde betreft de actuele waarde van het vastgoedbezit in exploitatie, gebaseerd op een sociale disconteringsvoet en voortdurende exploitatie volgens het huidige beleid van Ons Huis. De bepaling van de beleidswaarde betreft een schatting die derhalve schattingsonzekerheden in zich heeft. De beleidswaarde van bedrijfsmatig, maatschappelijk en zorg onroerend goed alsmede van parkeergelegenheden wordt gelijkgesteld aan de marktwaarde in verhuurde staat. Voor woongelegenheden wordt de beleidswaarde bepaald op basis van een contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen gebaseerd op voortdurende exploitatie. De waardering vindt op complexniveau plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in Bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2025 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025’). De basiskenmerken van de methodiek zijn als volgt:

  • De aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele verplichtingen van de toegelaten instelling die rusten op het vastgoed.
  • Het rekenmodel maakt gebruik van een Netto Contante Waardeberekening (NCW), ook wel Discounted Cash Flow (DCF) genaamd, gebaseerd op een exploitatieperiode van zestig jaar. Dit betekent dat de inkomsten en uitgaven over deze termijn worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet “contant” worden gemaakt naar balansdatum.
  • De gehanteerde disconteringsvoet over boekjaar 2025 bedraagt 4,22% voor het DAEB bezit en 4,76% voor het niet-DAEB bezit.
  • In de beleidswaarde wordt uitgegaan van voortdurende exploitatie (een door exploiteer-scenario), derhalve wordt geen rekening gehouden met bijvoorbeeld voorgenomen verkopen of sloop van vastgoed in exploitatie.
  • De (huur)opbrengsten worden geschat op basis van de intern bepaalde streefhuur vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie, rekening houdend met de geldende wettelijke kaders
  • Inrekening van toekomstige onderhoudslasten voor instandhoudingsonderhoud en mutatie onderhoud is gebaseerd op de eigen onderhoudsbegroting, waarbij geldt dat:
    de onderhoudsbegroting is gebaseerd op de onderhoudscyclus van het object op basis van instandhouding, voortvloeiend uit de door Ons Huis vastgestelde meerjarenonderhoudsbegroting.
    de verplichting tot het verduurzamen van woningen met een E,F of G label is ingerekend conform de tabel in paragraaf 9.2.4.3 van het handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025.
  • Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerslasten op basis van een gemiddelde norm welke is gebaseerd op een inschatting van het langjarige kostenniveau. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheer- activiteiten van de corporatie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd ‘lasten verhuur en beheeractiviteiten’ en ‘Overige directe operationele lasten exploitatiebezit’ in de resultatenrekening.

Ons Huis heeft bij de bepaling van de beleidswaarde uitgangspunten bepaald die mede van invloed zijn op de beleidswaarde. Wijzigingen van deze uitgangspunten zijn derhalve van invloed op deze waarde. De uitgangspunten zijn nader opgenomen in de toelichting op de balans.

Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Voor onroerende zaken in exploitatie die in het kader van een regeling Verkoop onder Voorwaarden (VOV) door de corporatie wordt overgedragen aan derden waarbij de regeling kwalificeert als financieringstransactie, eindigt het eigen gebruik en wordt het vastgoed geherrubriceerd als vastgoed verkocht onder voorwaarden. De onroerende zaken verkocht onder voorwaarden worden gewaardeerd op de leegwaarde, rekening houdend met de waardeontwikkeling, onder aftrek van de contractuele korting. Een eventuele waardevermeerdering of vermindering van de boekwaarde van de onroerende zaken op het moment van de herclassificatie wordt verantwoord in de winst-en-verliesrekening onder de post Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden. Na eerste verwerking vindt waardering plaats tegen de getaxeerde leegwaarde na aftrek van de in het VOV-contract overeengekomen korting. De leegwaarde wordt jaarlijks opnieuw geschat op basis van door NVM gepubliceerde marktontwikkelingen. Waardeveranderingen worden in het resultaat verantwoord onder de post Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden. De regeling kwalificeert als een financieringstransactie indien niet alle belangrijke economische voor- en nadelen zijn overgedragen. Dit is in het kader van een regeling VOV doorgaans het geval indien sprake is van een terugkoopplicht dan wel een terugkooprecht tegen een significant lagere terugkoopprijs dan de verwachte reële waarde op terugkoopmoment.
Voor de in de regeling overeengekomen overdrachtswaarde heeft de corporatie een terugkoopverplichting, die jaarlijks wordt gewaardeerd op de bij overdracht ontstane terugkoopverplichting, rekening houdend met de contractvoorwaarden inzake terugkoop waaronder de deling van de jaarlijkse waardeontwikkeling van de woning in het economisch verkeer. De terugkoopverplichting wordt als verplichting op de balans opgenomen zonder rekening te houden met de tijdswaarde van geld aangezien inschatting van het tijdstip waarop terugkoop in de toekomst zal plaatsvinden, mede gelet op de onbeperkte terugkooptermijn, niet goed mogelijk is. Indien de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden wordt de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord. De waardeveranderingen ter zake van de woningen verkocht onder voorwaarden (na herclassificatie) en die ter zake de terugkoopverplichtingen worden in het resultaat verantwoord onder de post Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden. Ultimo boekjaar wordt het verschil (indien positief) tussen de dan opnieuw vastgestelde leegwaarde na aftrek van contractuele korting en de – gefixeerde – boekwaarde op moment van herclassificatie op basis van de oude grondslag verwerkt in een herwaarderingsreserve.

Herwaarderingsreserve vastgoed verkocht onder voorwaarden

De onroerende zaken verkocht onder voorwaarden worden bij eerste verwerking gewaardeerd op de getaxeerde leegwaarde onder aftrek van de contractuele korting. Na eerste verwerking vindt waardering plaats tegen de getaxeerde leegwaarde na aftrek van de in het VOV-contract overeengekomen korting. Ultimo boekjaar wordt het verschil (indien positief) tussen de dan opnieuw vastgestelde leegwaarde na aftrek van contractuele korting en de (gefixeerde) boekwaarde op moment van her classificatie (op basis van de ‘oude’ grondslag bij initiële verwerking) verwerkt in de herwaarderingsreserve.

Vastgoed in ontwikkeling voor de eigen exploitatie

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie wordt gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs, dan wel de lagere marktwaarde in verhuurde staat. De marktwaarde in verhuurde staat wordt bepaald met behulp van geprognosticeerde kasstromen op basis van aannames zoals toegelicht onder vastgoed in exploitatie. Indien gerede twijfel bestaat of de reeds bestede kosten terugverdiend kunnen worden, wordt het vastgoed tegen deze lagere marktwaarde gewaardeerd en wordt het nadelig verschil in het resultaat verantwoord onder de post “overige waardeveranderingen”. Wanneer per balansdatum sprake is van feitelijke dan wel juridische investeringsverplichtingen inzake DAEB en/of niet-DAEB vastgoed in ontwikkeling, waarbij de geschatte kostprijs van het vastgoed hoger is dan de marktwaarde in verhuurde staat, wordt het verschil eerst in mindering gebracht op de reeds voor het betreffende project bestede kosten en wordt voor het resterende deel een voorziening gevormd voor verlieslatendheid van een contract (voorziening voor onrendabele investeringen). De afwaardering wordt in het resultaat verantwoord onder de post “overige waardeveranderingen”. Bij gereedkomen van vastgoed in ontwikkeling voor de eigen exploitatie vindt overboeking van het gehele saldo plaats naar vastgoed in exploitatie. Bij deze overboeking wordt voor het bepalen van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs uitgegaan van de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met waardeveranderingen.

Materiële vaste activa

Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd tegen de kostprijs (verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs), minus eventuele investeringssubsidies, verminderd met cumulatieve afschrijvingen en cumulatieve bijzondere waardeverminderingsverliezen. De afschrijving is lineair en gebaseerd op de verwachte gebruiksduur rekening houdend met de restwaarde. Indien de verwachting omtrent de afschrijvingsmethode, gebruiksduur en/of restwaarde in de loop van de tijd wijzigingen ondergaat, worden deze wijzigingen als een schattingswijziging verantwoord. Buiten gebruik gestelde onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd tegen de kostprijs dan wel de lagere opbrengstwaarde. De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden niet langer in de balans opgenomen na vervreemding of op nihil gewaardeerd wanneer geen toekomstige prestatie-eenheden van het gebruik of de vervreemding worden verwacht.

Financiële vaste activa

Deelnemingen

Niet geconsolideerde deelnemingen waarin Ons Huis invloed van betekenis uitoefent op het zakelijke en financiële beleid worden tegen de vermogensmutatiemethode gewaardeerd. Voor de bepaling of sprake is van invloed van betekenis worden mede in aanmerking genomen de financiële instrumenten die potentiële stemrechten bevatten. Overeenkomstig de vermogensmutatiemethode worden de deelnemingen in de balans opgenomen tegen het aandeel van Ons Huis in de netto-vermogenswaarde vermeerderd met haar aandeel in de resultaten van de deelnemingen en haar aandeel in de directe mutaties in het eigen vermogen van de deelnemingen vanaf het moment van verwerving, bepaald volgens de grondslagen zoals vermeld in deze jaarrekening, verminderd met haar aandeel in de dividenduitkeringen van de deelnemingen. In de winst-en-verliesrekening wordt het aandeel van Ons Huis in het resultaat van de deelnemingen opgenomen. Indien en voor zover de vennootschap niet zonder beperking uitkering van de positieve resultaten aan haar kan bewerkstelligen, worden de resultaten in een wettelijke reserve opgenomen. Haar aandeel in de rechtstreekse vermogensvermeerderingen en –verminderingen van de deelnemingen wordt ook in de wettelijke reserve opgenomen met uitzondering van herwaarderingen van activa die in de herwaarderingsreserve worden verwerkt. Indien de waarde van de deelneming volgens de vermogensmutatiemethode nihil is geworden, wordt deze methode niet langer toegepast en blijft de deelneming bij ongewijzigde omstandigheden op nihil gewaardeerd. Hierbij worden andere langlopende belangen in de deelneming die feitelijk worden aangemerkt als een onderdeel van de netto- investering, ook meegenomen. Indien en voor zover geheel of ten dele voor de schulden van de deelneming wordt ingestaan respectievelijk een feitelijke verplichting bestaat de deelneming tot betaling van haar schulden in staat te stellen, wordt een voorziening opgenomen. Een vervolgens verkregen aandeel in de winst van de deelneming wordt pas weer verwerkt indien en voor zover het cumulatief niet-verwerkte aandeel in het verlies is ingelopen.

Na toepassing van de vermogensmutatiemethode bepaalt Ons Huis of het noodzakelijk is om voor de deelneming een verlies wegens bijzondere waardevermindering op te nemen. De vennootschap bepaalt op elke verslagdatum of er objectieve aanwijzingen zijn dat de deelneming een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Als dat het geval is, berekent de vennootschap het bedrag aan bijzondere waardevermindering als zijnde het verschil tussen de realiseerbare waarde van de deelneming en de boekwaarde en verantwoordt zij het bedrag in de winst-en- verliesrekening. De andere deelnemingen waarop Ons Huis geen invloed van betekenis uitoefent op het zakelijke en financiële beleid, worden tegen de verkrijgingsprijs gewaardeerd. Indien sprake is van een duurzame waardevermindering vindt waardering plaats tegen deze lagere waarde; afwaardering vindt plaats ten laste van de winst-en- verliesrekening.

Overige financiële activa

Latente belastingvorderingen

Voor de waardering en verwerking van latente belastingvorderingen wordt verwezen naar de afzonderlijke paragraaf Belastingen.

Vorderingen

De verstrekte vorderingen op en leningen aan deelnemingen alsmede de overige verstrekte vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde vermeerderd met de direct daaraan toe te rekenen transactiekosten en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve- rentemethode. Baten en lasten worden in de winst-en-verliesrekening verwerkt zodra de vorderingen aan een derde worden overgedragen of een bijzondere waardevermindering ondergaan, alsmede via het amortisatieproces.

Bijzondere waardevermindering van financiële activa

Ons Huis beoordeelt op elke balansdatum of een financieel actief of een groep van financiële activa bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Voor alle categorieën financiële activa die tegen (geamortiseerde) kostprijs worden gewaardeerd, wordt bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen, de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardevermindering bepaald en in de winst-en- verliesrekening verwerkt. Bij financiële activa gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs wordt de omvang van het verlies bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument. Een voorheen opgenomen waarderingsverlies wordt teruggenomen, indien de afname van de waardevermindering verband houdt met een objectieve gebeurtenis na afboeking, tot maximaal het bedrag dat benodigd is om het actief te waarderen op de geamortiseerde kostprijs ten tijde van de terugname als geen sprake zou zijn geweest van een bijzondere waardevermindering. Het teruggenomen verlies dient in de winst-en- verliesrekening te worden verwerkt. De boekwaarde van de vorderingen wordt verlaagd met gebruikmaking van een voorziening wegens oninbaarheid.

Voorraden

Vastgoed bestemd voor verkoop

Dit betreft opgeleverde nieuwbouwwoningen en teruggekochte woningen uit hoofde van een terugkoopplicht, bestemd voor verkoop. De waardering van de opgeleverde nieuwbouwwoningen is tegen vervaardigingsprijs en daaraan toegerekende directe kosten dan wel lagere opbrengstwaarde. De waardering van de teruggekochte woningen met een terugkoopplicht is op moment van verkrijging tegen de marktwaarde na aftrek van de contractuele korting, hetgeen tevens de verkrijgingsprijs is voor de waardering als voorraad, en na eerste verwerking rekening houdend met de lagere opbrengstwaarde. De lagere opbrengstwaarde is de verwachte verkoopprijs en wordt bepaald op basis van taxaties dan wel recente verkooptransacties van referentiewoningen onder aftrek van kosten voor verkoop.

Overige voorraden

De overige voorraden (onverkochte woningen uit projectontwikkeling) worden gewaardeerd op vervaardigingsprijs of lagere opbrengstwaarde. De vervaardigingsprijs omvat alle kosten die samenhangen met de verkrijging of vervaardiging, alsmede gemaakte kosten om de voorraden op hun huidige plaats en in hun huidige staat te brengen. In de kosten van vervaardiging zijn begrepen directe loonkosten en toeslagen voor aan de productie gerelateerde indirecte vaste en variabele kosten, waaronder de kosten van het bedrijfsbureau, onderhoudsafdeling en interne logistiek alsmede toerekende rente. De opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs onder aftrek van direct toerekenbare verkoopkosten. Bij de bepaling van de opbrengstwaarde wordt rekening gehouden met de incourantheid van de voorraden.

Grondposities

Ingenomen grondposities (al dan niet met opstallen) worden aangeschaft met het oog op (her)ontwikkeling van huur- en koopprojecten. Aangezien nog geen inzicht bestaat in aard, omvang en samenstelling van deze projecten worden de grondposities beschouwd als vastgoedbeleggingen. De grondposities worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de kostprijs en bijkomende kosten. Na eerste verwerking worden de grondposities gewaardeerd tegen de kostprijs of lagere marktwaarde, welke de huidige marktverhoudingen omtrent de verwachte woningbouwwaarde van de grond weerspiegelt. De veranderingen in de marktwaarde worden in het resultaat verantwoord onder de post Overige waardeveranderingen.

Vlottende vorderingen

De verstrekte leningen en overige vorderingen die geen onderdeel zijn van de handelsportefeuille, worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde vermeerderd met transactiekosten en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs minus benodigde voorziening voor oninbaarheid.

Liquide middelen

Onder liquide middelen worden verstaan kasmiddelen, de tegoeden op bankrekeningen en wissels en cheques. Liquide middelen worden gewaardeerd op basis van nominale waarde. Deposito’s worden onder liquide middelen opgenomen indien zij in feite – zij het eventueel met opoffering van rentebaten- ter onmiddellijke beschikking staan. Liquide middelen die (naar verwachting) langer dan twaalf maanden niet ter beschikking staan van Ons Huis, worden als financiële vaste activa gerubriceerd.

Classificatie eigen vermogen en vreemd vermogen

Een financieel instrument of de afzonderlijke componenten van het instrument worden in de jaarrekening als vreemd vermogen of als eigen vermogen geclassificeerd overeenkomstig de economische realiteit van de contractuele overeenkomst waaruit het financieel instrument voortvloeit. Rente, dividenden, baten en lasten met betrekking tot een (deel van een) financieel instrument worden in de jaarrekening opgenomen afhankelijk van de classificatie van het financieel instrument als financiële verplichting respectievelijk als eigen-vermogensinstrument.

Herwaarderingsreserve

De herwaarderingsreserve is het verschil tussen de boekwaarde op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs en de boekwaarde van de bij de waardering gehanteerde actuele waarde van de activa waarop de herwaarderingsreserve betrekking heeft.

Wettelijke en statutaire reserves

De wettelijke reserve deelnemingen wordt gevormd ter hoogte van het aandeel in de resultaten en rechtstreekse vermogensvermeerderingen van de deelneming(en) sinds de eerste waardering van deze deelneming op nettovermogenswaarde. Dit betreffen resultaten uit deelnemingen en rechtstreekse waardevermeerderingen waarvan uitkering niet kan worden bewerkstelligd.

Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen en verliezen die op balansdatum bestaan waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de hoogte redelijkerwijs kan worden geschat. De omvang van de voorziening wordt bepaald door de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichtingen en verliezen per balansdatum af te wikkelen. Voorzieningen worden tegen nominale waarde opgenomen.

Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

In het geval per balansdatum sprake is van feitelijke dan wel juridische investeringsverplichtingen inzake DAEB en Niet DAEB vastgoed in ontwikkeling of in bestaand bezit als gevolg van renovaties, verduurzaming en herstructurering of grondposities, waarbij de geschatte kostprijs van het vastgoed hoger is dan de aan de investeringsverplichtingen toe te rekenen marktwaarde per balansdatum op basis van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde, wordt het verschil eerst in mindering gebracht op de reeds bestede kosten en wordt voor het resterend bedrag een voorziening gevormd voor onrendabele investeringen en herstructureringen. De afwaardering van de bestede kosten tot nihil en de vorming van de voorziening wordt in het resultaat verantwoord onder de post “Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille”.

Voorziening latente belastingschulden

Voor de waardering en verwerking van latente belastingschulden wordt verwezen naar de afzonderlijke paragraaf Belastingen.

Voorziening jubileumuitkeringen

De voorziening voor jubileumuitkeringen aan personeel is gevormd voor in de toekomst uit te betalen jubileumuitkeringen aan personeel op grond van CAO-bepalingen uitgaande van het personeelsbestand ultimo boekjaar. Bij de bepaling van de omvang van de voorziening is rekening gehouden met verwachte salarisstijgingen, een geschatte blijfkans en leeftijd.

Belastingen

Acute belastingen

De belastingen worden berekend op basis van het verantwoorde resultaat uitgaande van het geldende belastingtarief, rekening houdend met fiscaal vrijgestelde posten en geheel of gedeeltelijk niet-aftrekbare kosten. De belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd indien is voldaan aan de algemene voorwaarden voor saldering.

Latente belastingen

Voor alle verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de commerciële en fiscale balanswaardering en voor beschikbare voorwaartse verliescompensatie wordt een latente belastingvordering of schuld opgenomen voor zover er latente verplichtingen tegenover staan, of het waarschijnlijk is dat er fiscale winst beschikbaar zal zijn voor verrekening. De latente belastingvorderingen worden opgenomen onder de financiële vaste activa. Latente belastingschulden onder voorzieningen. De waardering van latente belastingvorderingen en schulden wordt gebaseerd op de fiscale gevolgen van de door Ons Huis, per balansdatum, voorgenomen wijze van realisatie of afwikkeling van activa, voorzieningen, schulden of overlopende passiva. Latente vorderingen worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er in de toekomst belastbare winsten zullen zijn die voor realisatie van het tijdelijk verschil dan wel compensabele verliezen kunnen worden aangewend. Hierbij wordt uitgegaan van het geldende belastingtarief. De latente belastingverplichtingen en -vorderingen worden gewaardeerd tegen contante waarde. Latente belastingvorderingen zijn opgenomen onder de vlottende activa of onder de financiële vaste activa indien de verwachte looptijd langer is dan een jaar.

Langlopende schulden

Bij de eerste opname van langlopende schulden worden deze opgenomen tegen reële waarde verminderd met de direct daaraan toe te rekenen transactiekosten. De langlopende schulden worden na de eerste waardering gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve-rentemethode. Winst of verlies worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen zodra de verplichtingen niet langer op de balans worden opgenomen, alsmede via het amortisatieproces. Voor de waarderingsgrondslag inzake terugkoopverplichtingen uit hoofde van onroerende zaken in exploitatie die in het kader van een regeling Verkoop onder Voorwaarden (VOV) door de corporatie zijn overgedragen aan derden, wordt verwezen naar paragraaf Vastgoed verkocht onder voorwaarden van dit hoofdstuk.

Kortlopende schulden

Bij de eerste opname van kortlopende schulden worden deze opgenomen tegen reële waarde verminderd met de direct daaraan toe te rekenen transactiekosten. De kortlopende schulden worden na de eerste waardering gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve-rentemethode. Winst of verlies worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen zodra de verplichtingen niet langer op de balans worden opgenomen, alsmede via het amortisatieproces.

Derivaten

In een contract besloten (‘embedded’) derivaten Indien in enig contract zodanige bepalingen en afspraken zijn opgenomen die voldoen aan de kenmerken van een derivaat (‘embedded derivaat’) stelt Ons Huis vast of deze bepalingen en afspraken van het contract afgescheiden dienen te worden; afscheiding vindt plaats als:

  • er geen nauw verband bestaat tussen de economische kenmerken en risico’s van het in het contract besloten derivaat en de economische kenmerken en risico’s van het basiscontract; en
  • een afzonderlijk instrument met dezelfde voorwaarden als het in het contract besloten derivaat zou voldoen aan de definitie van een derivaat; en
  • het samengestelde instrument niet tegen reële waarde wordt gewaardeerd met verwerking van de reële waardeveranderingen in het resultaat.

In bepaalde huurcontracten is een huurprijsindexatieformule met referentie aan prijsindexcijfers opgenomen; geconcludeerd is dat geen sprake is van een af te scheiden derivaat.

Leasing

De beoordeling of een overeenkomst een lease bevat, vindt plaats op grond van de economische realiteit op het tijdstip van het aangaan van het contract. Het contract wordt aangemerkt als een leaseovereenkomst als de nakoming van de overeenkomst afhankelijk is van het gebruik van een specifiek actief of de overeenkomst het recht van het gebruik van een specifiek actief omvat.

Grondslagen voor de bepaling van het resultaat 

Algemeen

Baten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben voor zover deze gerealiseerd zijn. De kosten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor vermelde grondslagen voor waardering en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. (Voorzienbare) verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het boekjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden en overigens wordt voldaan aan de voorwaarden voor het opnemen van voorzieningen. Bijzondere baten of lasten die behoren tot de gewone bedrijfsuitoefening, worden op grond van aard, omvang of het incidentele karakter afzonderlijk toegelicht teneinde een goed inzicht te geven in het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening van de corporatie en met de ontwikkeling daarin. Bijzondere posten worden met het oog op de analyse en de vergelijkbaarheid van de resultaten zoveel mogelijk naar aard en omvang afzonderlijk toegelicht.

Indeling winst- en verliesrekening

De winst- en verliesrekening is ingericht op basis van de functionele indeling, waarbij baten en lasten worden toegerekend aan de afgezonderde activiteiten.

Toegerekende organisatiekosten

Voor de toerekening van organisatiekosten wordt een kostenverdeelstaat toegepast. Op basis van kostenplaatsen worden eerst afhankelijk van de aard van de betreffende afdeling direct toerekenbare kosten aan activiteiten toegerekend. De toerekening van de niet direct toerekenbare kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst-en-verliesrekening gebeurt op basis van de verhouding van de direct aan activiteiten toegerekende kosten van lonen en salarissen. Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst-en-verliesrekening voor zover zij verschuldigd zijn aan werknemers. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden door de werknemers. De belangrijkste indirecte kosten betreffen personeelskosten van ondersteunende afdelingen, afschrijvingen op onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie en overige niet directe bedrijfskosten.

Huuropbrengsten

Opbrengsten uit de levering van (huur)diensten worden verantwoord naar rato van de geleverde prestaties. De huuropbrengsten zijn het resultaat van het gevoerde huurprijsbeleid van Ons Huis, rekening houdend met de door het Rijk bepaalde kaders (zoals maximale huurverhoging, maximaal redelijke huur en maximale huursomstijging) en onder aftrek van huurderving wegens leegstand en oninbaarheid.

Opbrengsten servicecontracten

De opbrengsten servicecontracten betreffen vergoedingen van huurders boven de netto huurprijs voor leveringen en diensten (zoals energie, water, huismeesters, schoonmaakkosten, glasverzekering). De opbrengsten worden verminderd met derving wegens oninbaarheid. De kosten van de leveringen en diensten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten.

Lasten verhuur en beheeractiviteiten

Hier worden zowel de directe lasten voor de verhuur en beheeractiviteiten als de indirecte lasten via de kosten- verdeelstaat verantwoord.

Lasten onderhoudsactiviteiten

De werkelijke onderhoudskosten voor dagelijks-, mutatie- en planmatig onderhoud worden ten laste van de exploitatie gebracht. Het dagelijks- en mutatieonderhoud wordt onderscheiden in de kosten van derden en de kosten van eigen dienst. De lasten van onderhoud onderscheiden zich van activeerbare uitgaven wanneer geen sprake is van waardevermeerdering van het actief. Onder deze post worden alle direct aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden. Reeds aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum worden verwerkt onder de niet in de balans opgenomen verplichtingen.

Overheidsheffingen

Ons Huis verwerkt de overheidsheffingen zoals onroerendezaakbelasting op het moment dat aan alle voorwaarden voor de overheidsheffing is voldaan.

Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

Hieronder worden verantwoord de kosten gerelateerd aan het niet kunnen incasseren van vorderingen op huurders anders dan huur en andere exploitatiekosten die niet tot een meer specifieke kostensoort behoren.

Overige organisatiekosten

Hier worden zowel de directe lasten als de indirecte lasten via de kosten- verdeelstaat verantwoord van niet direct aan activiteiten toe te rekenen organisatieonderdelen, zoals RvC, directeur-bestuurder, control, accountants en taxateur.

Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling

De opbrengsten van de verkopen van het vastgoed in ontwikkeling en onderhanden werk.

Uitgaven verkocht vastgoed in ontwikkeling en toegerekende organisatie- en financieringskosten

De uitgaven van het verkochte vastgoed in ontwikkeling inclusief de toegerekende organisatiekosten vanuit de kostenverdeelstaat en rente in het kader van financiering worden hieronder verantwoord.

Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

De post Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille betreft het saldo van de behaalde verkoopopbrengst minus de toerekenbare verkoop- en organisatiekosten en de geactiveerde waarde met betrekking tot het vastgoed. Opbrengst uit verkoop van vastgoed wordt in de winst-en-verliesrekening verwerkt als alle belangrijke rechten op economische voordelen alsmede alle belangrijke risico’s met betrekking tot de activa zijn overgedragen aan de koper, het bedrag van de opbrengst op betrouwbare wijze kan worden bepaald en ontvangst van de opbrengst waarschijnlijk is. Op basis van deze criteria wordt onder deze post de verkoopopbrengst van vastgoed in exploitatie onder aftrek van verkoopkosten en de boekwaarde verantwoord. De boekwaarde is op basis van de marktwaarde. Daarnaast wordt onder deze post verantwoord de opbrengstwaarde van verkocht vastgoed bestemd voor de verkoop (koopwoningen voor derden) onder aftrek van de gemaakte direct toerekenbare verkoopkosten en de vervaardigingsprijs en daaraan toegerekende directe kosten, dan wel de lagere opbrengstwaarde. Verder wordt hieronder verantwoord de verkoopopbrengst van onder VOV teruggekochte en vervolgens zonder voorwaarden doorverkochte woningen onder aftrek van de boekwaarde. De boekwaarde is de marktwaarde op terugkoopmoment onder aftrek van de contractuele korting. Gerealiseerde verkoopresultaten worden verantwoord op het moment van levering (passeren transportakte). Eventuele verliezen op koopprojecten worden verantwoord zodra deze voorzienbaar zijn. Woningen verkocht onder voorwaarden worden niet in het resultaat verantwoord in het geval de belangrijkste economische voor- en nadelen niet zijn overgedragen aan de koper. Dergelijke transacties worden verantwoord als financieringstransactie. Verwezen wordt naar de post Vastgoed verkocht onder voorwaarden in de grondslagen van balanswaardering.

Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

De overige waardeveranderingen betreft de waardevermindering die is ontstaan door gedurende het verslagjaar nieuw aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investeringen in nieuwbouw en herstructurering en overige investeringen in bestaand vastgoedbezit in exploitatie.

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille betreft de mutatie in de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie in het verslagjaar.

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden

In deze post worden de ongerealiseerde waardeveranderingen van de vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden verantwoord die zijn ontstaan door een wijziging in de waarde van de vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden in het verslagjaar.

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop

In deze post worden de ongerealiseerde waardeveranderingen verantwoord van de vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop die zijn ontstaan door een wijziging in de waarde van de vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop in het verslagjaar.

Netto resultaat overige activiteiten

Hieraan zijn o.a. de opbrengsten en kosten van dienstverlening aan derden en werkzaamheden voor dochtermaatschappijen toegerekend. Daarnaast worden verrekeningen met en het aandeel in het resultaat van Stichting BWSA gepresenteerd.

Leefbaarheid

Onder deze post zijn leefbaarheidsuitgaven inzake sociale activiteiten en fysieke activiteiten opgenomen. De uitgaven inzake sociale activiteiten omvatten wijkgebonden uitgaven voor ondersteuning van bewonersinitiatieven, gebiedsgericht personeel (zoals programmaleider veerkrachtige buurten, woonconsulent, complexbeheerder), leefbaarheidsonderzoeken en uitgaven voor activiteiten zoals welkomstbijeenkomsten nieuwe bewoners, bestrijding woonoverlast, buurtbemiddeling, opvang van dak- en thuislozen, schuldsaneringen, tweede kansbeleid et cetera. De uitgaven inzake fysieke activiteiten omvatten wijkgebonden uitgaven voor buurtcentra, bijzondere gebouwen (zoals wijksteunpunten, buurtposten, HOED), onderhoud groenvoorziening, speeltoestellen, beveiliging openbare ruimte, cameratoezicht, schoonmaakacties et cetera en uitgaven voor activiteiten zoals inbraakbeveiliging, brandpreventie, verlichting achterpad, afsluiting portieken et cetera.

Rentebaten en rentelasten

Rentebaten worden tijdsevenredig in de winst-en-verliesrekening verwerkt rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost, indien hun bedrag bepaalbaar is en hun ontvangst waarschijnlijk. Rentelasten worden toegerekend aan de opeenvolgende verslagperioden naar rato van de resterende hoofdsom. (Dis)agio en aflossingspremies worden als rentelast aan de opeenvolgende verslagperioden toegerekend zodanig dat tezamen met de over de lening verschuldigde rentevergoeding de effectieve rente in de winst-en-verliesrekening wordt verwerkt en in de balans de amortisatiewaarde van de schuld. Periodieke rentelasten en soortgelijke lasten komen ten laste van het jaar waarover zij verschuldigd worden.

Belastingen

De belasting over het resultaat wordt berekend op basis van het in de winst-en-verliesrekening verantwoorde resultaat, rekening houdend met fiscaal vrijgestelde posten en geheel of gedeeltelijk niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met de wijzigingen in de latente belastingvorderingen en –schulden uit hoofde van respectievelijk wijzigingen in het belastingtarief, herbeoordeling van de mogelijkheid tot realisatie van latente belastingvorderingen of een wijziging van de verwachte realisatie van een actief- of passiefpost. De aldus bepaalde belastingpost wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen, behoudens voor zover deze betrekking heeft op posten die rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen, in welk geval de belasting in het eigen vermogen wordt verwerkt.

Aandeel in resultaat van deelnemingen

Het aandeel in resultaat van deelnemingen gewaardeerd op nettovermogenswaarde is het resultaat van de deelnemingen bepaald op de waarderingsgrondslagen van Ons Huis. Het resultaat op deelnemingen gewaardeerd tegen de kostprijs is bepaald op basis van de ontvangen dividenden.

Grondslagen voor het kasstroomoverzicht 

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de directe methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest, ontvangen dividenden en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.

Gescheiden verantwoording DAEB en niet-DAEB 

Uitgangspunten en grondslagen voor toerekening van activa, verplichtingen, baten, lasten en kasstromen aan de DAEB- en niet-DAEB-tak.

Het vastgoed in exploitatie wordt op basis van het in 2017 door de Autoriteit woningcorporaties goedgekeurd definitief scheidingsvoorstel plus eventuele verkopen binnen de Toegelaten Instelling tussen de DAEB- en niet- DAEB-tak geclassificeerd naar DAEB- en niet-DAEB-vastgoed. Voor de toerekening van activa, verplichtingen, baten en lasten respectievelijk kasstromen aan deze DAEB- of niet-DAEB-tak is de volgende methodiek toegepast:

  • Wanneer activa, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen volledig toezien op DAEB- of niet- DAEB-activiteiten, zijn deze volledig aan de DAEB- respectievelijk niet-DAEB-tak toegerekend;
  • Wanneer deze toezien op zowel DAEB- als niet-DAEB-activiteiten, zijn deze op basis van een verdeelsleutel toegerekend. Deze verdeelsleutel is wat exploitatiebaten en lasten en kasstomen betreft gebaseerd op het aandeel DAEB-verhuureenheden ten opzichte van het aandeel niet-DAEB- verhuureenheden. Overige kosten (beheer) zijn verdeeld op basis van de verhouding huursom in de DAEB-tak en de niet-DAEB-tak over het afgelopen jaar.
  • Baten en lasten uit hoofde van vennootschapsbelasting worden toegerekend op basis van het fiscale resultaat van de DAEB- respectievelijk niet-DAEB-tak. Latente belastingen voor compensabele verliezen worden opgenomen in de DAEB-tak. Jaarlijkse vennootschapsbelasting wordt verrekend tussen de DAEB- en niet-DAEB-tak.

Op grond van artikel 15 lid 2 en 4 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (‘RTIV’) nemen we in de toelichting van de jaarrekening gescheiden balansen, winst en verlies rekeningen en kasstroomoverzichten voor de DAEB- en niet-DAEB-tak op.

Toelichting op de balans 

VASTE ACTIVA

1. VASTGOEDBELEGGINGEN 31 dec. 25 31 dec. 24
1.1 DAEB vastgoed in exploitatie 1.099.385.927 1.035.259.824
1.2 niet-DAEB vastgoed in exploitatie 60.835.117 58.669.326
1.3 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 14.918.060 14.720.651
1.4 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 1.285.907 5.230.244
  1.176.425.011 1.113.880.045
  1.1 DAEB vastgoed in exploitatie 1.2 niet-DAEB vastgoed in exploitatie
  2025 2024 2025 2024
Verkrijgingsprijs 453.316.468 430.922.156 41.278.049 41.219.637
Cumulatieve herwaardering 581.943.356 526.480.415 17.391.277 12.546.044
Marktwaarde in verhuurde staat 1.035.259.824 957.402.571 58.669.326 53.765.681
         
Mutaties:        
Opleveringen 7.642.489 10.099.046 0 0
Aankoop 236.872 2.996.533 0 0
Investeringen bestaand bezit 5.397.386 7.514.200 27.857 13.884
Naar vastgoed in ontwikkeling 0 0 0 0
Desinvesteringen -35.718 -2.600 -319.192 0
Herclassificatie 0 0 0 0
Afwaardering onrendabele investeringen -5.397.386 -7.514.200 -27.857 -13.884
Mutatie actuele waarde 56.290.332 64.776.980 2.484.983 4.903.645
Overige mutaties -7.872 -12.706 0 0
Totaal van de mutaties 64.126.103 77.857.253 2.165.791 4.903.645
         
Boekwaarde 31 december 1.099.385.927 1.035.259.824 60.835.117 58.669.326
         
Verkrijgingsprijs 467.712.978 453.316.468 41.103.720 41.278.049
Cumulatieve herwaardering 631.672.949 581.943.356 19.731.397 17.391.277
Marktwaarde in verhuurde staat 1.099.385.927 1.035.259.824 60.835.117 58.669.326

De investeringen in het boekjaar betreffen (o.a. energetische) verbeteringen in het vastgoed. De desinvesteringen zien op de verkoop van een woning en een standplaats. De overige mutatie betreft de afwaardering van de overige goederen. Het (beperkte) niet-DAEB vastgoed wordt in eigendom van Ons Huis aangehouden omdat soms sprake is van complexen met gemengd bezit en vanwege strategische keuzes voor diversiteit in de wijken en omdat in enkele gevallen sprake is van bedrijfsmatig vastgoed passend bij de doelstelling. Het niet-DAEB vastgoed betreft ruim 200 woningen en verder beperkte aantallen garages en BOG.

  1.3 Onroerende zaken 1.4 Vastgoed in ontwikkeling
  verkocht onder voorw. bestemd voor eigen expl.
         
  2025 2024 2025 2024
Boekwaarde 1 januari 14.720.651 13.251.608 5.230.244 2.211.701
         
Mutaties:        
Opleveringen 0 0 -7.642.489 -10.099.046
Investeringen 0 0 2.954.786 14.271.732
Desinvesteringen -539.986 -201.385 0 0
Waardevermindering of vermeerdering 737.395 1.670.428 -1.003.432 1.099.558
Mutatie voorziening onr. Investeringen 0 0 1.746.798 -2.253.701
Overige mutaties 0 0 0 0
Totaal van de mutaties 197.409 1.469.043 -3.944.337 3.018.543
         
Boekwaarde 31 december 14.918.060 14.720.651 1.285.907 5.230.244

Ultimo 2025 zijn er nog 51 woningen die onder voorwaarden zijn verkocht en waarvoor Ons Huis een terugkoopverplichting heeft (2024: 53). De investeringen in vastgoed in ontwikkeling betreffen met name de nieuwbouwprojecten Terwoldseweg en Dubbelbeek.

DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie

Bij het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat is gebruik gemaakt van meerdere macro economische parameters (en of schattingen bij toepassing full variant). Het handboek modelmatig waarderen marktwaarde bepaalt de marktwaarde van de onroerende zaken in exploitatie op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen (Discounted Cash Flow methode). De toekomstige kasstromen worden bepaald aan de hand van een doorexploitatie- en een uitpondscenario.
 
Bij het doorexploitatiescenario is de veronderstelling dat het volledige complex in exploitatie blijft gedurende de DCF-periode. Bij het uitpondscenario is de veronderstelling dat na mutatie tot verkoop van individuele woningen tegen leegwaarde wordt overgegaan. De berekening wordt uitgevoerd over een DCF-periode van 15 jaar. In het doorexploiteerscenario wordt de huur bij mutatie aangepast naar de markthuur of de maximale huur, afhankelijk of de woongelegenheid bij mutatie is te liberaliseren. Indien de maximale huur lager dan of gelijk is aan de huurliberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur het minimum van de markthuur en de maximale huur volgens het woningwaarderingsstelstel. Indien de maximale huur hoger is dan liberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur de markthuur.
 
Om de te verwachten kasstromen in de DCF-berekening te bepalen, wordt gebruik gemaakt van de volgende macro-economische parameters:

Parameters woongelegenheden

  2026 2027 2028 2029 2030 2031 e.v.
Prijsinflatie 2,60% 2,20% 2,20% 2,20% 2,00% 2,00%
Looninflatie 4,20% 3,30% 3,30% 3,30% 2,50% 2,50%
Bouwkostenstijging 4,20% 3,30% 3,30% 3,30% 2,50% 2,50%
Leegwaardestijging 4,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%

Instandhoudingsonderhoud

De hoogte van het instandhoudingsonderhoud per jaar is afhankelijk van drie kernmerken:
- Type verhuureenheid (EGW, MGW, extramurale zorgeenheid, studenteneenheid);
- Bouwjaarklasse;
- Gebruiksoppervlakte (GO) in zes klassen.

Per Beheerkosten
EGW €569 
MGW €558 
Studenteneenheid €526 
Zorgeenheid (extr.muraal) €515 
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,07%
  2026 2027 2028 2029 e.v.
Huurstijging        
- gereguleerd 3,63% 3,10% 3,01% 2,94 - 2,66%
- middensegment 5,90% 5,20% 4,30% 4,3 - 3,5%
- geliberaliseerd 4,20% 3,60% 3,20% 2,2% - 2,0%
Huurderving (% van de huursom) 1,0%      
Mutatiekans bij doorexploiteren gemiddelde over afgelopen 5 jaar per waarderingscomplex, met een minimum van 4%.
Verkoopkosten bij uitponden (% van de leegwaarde) 1,00%      

Parameters bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed

  BOG MOG ZOG
Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo €7,69  €9,35  €12,42 
Mutatieonderhoud per m2 bvo €12,90  €15,62  €15,62 
Beheerkosten % van de markthuur      
BOG 3,0% 2,0% 2,5%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,13% 0,13% (incl OZB) 0,35%
       
       
  algemeen    
Disconteringsvoet:      
Risicovrije rentevoet 2,77%    
Vastgoed sectorspecifieke opslag 4,87%    
       
Parameters parkeerplaatsen algemeen    
Instandhoudingsonderhoud € per jaar      
parkeerplaats €70,99     
garagebox €238,98     
Beheerkosten € per jaar      
parkeerplaats €35,49     
garagebox €48,51     
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,23%    
Disconteringsvoet:      
Risicovrije rentevoet 2,77%    
Vastgoed sectorspecifieke opslag 4,87%    

Bij toepassing full variant: Inschakeling taxateur

Aangezien het bedrijfsmatig onroerend goed (niet-DAEB) gezamenlijk meer dan 5% uitmaakt van het geheel van het niet-DAEB vastgoed dient van dit bezit jaarlijks 1/3 deel getaxeerd te worden door een onafhankelijke en ter zake deskundige externe taxateur, ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs. Dit betekent dat elk derde deel minimaal eens per drie jaar opnieuw wordt getaxeerd. Er zijn 5 waarderingscomplexen full getaxeerd met BOG, MOG en werklocaties.
De taxateur heeft de volgende vrijheidsgraden, gebaseerd op marktreferenties, toegepast:
- Markthuur (per m2 € 15,00 - € 155,00);
- Disconteringsvoet (5,75 - 9,08%);
- Exityield (7,0%).

Onroerende zaken bestemd voor verkoop:

In het vastgoed in exploitatie zijn enkele woningen begrepen die bij mutatie worden verkocht. Op basis van de begroting 2026 worden in 2026 1 woning verkocht.

Mutatie marktwaarde onroerend goed in exploitatie

De mutatie in de marktwaarde door toepassing van het handboek is per saldo over 2025 € 66,3 miljoen. Onderstaande op hoofdlijnen de elementen die van invloed zijn op de waardemutaties: in € miljoen
Voorraadmutaties 7,6
Methodische wijzigingen handboek en software 0,3
Parameteraanpassingen a.g.v. validatie handboek 58,7
Parameteraanpassingen a.g.v. marktontwikkelingen -39,2
Mutatie vastgoedgegevens 38,9

Marktwaarde

Ons Huis heeft gekozen voor de toepassing van de basisversie van het Handboek modelmatig waarderen van de vastgoedportefeuille. Dit betekent dat de waardering ten behoeve van de jaarrekening bepaald wordt zonder tussenkomst van een taxateur. Het handboek wordt jaarlijks geactualiseerd. In dit handboek wordt gesteld dat toepassing van de basisversie leidt tot een getrouwe weergave van de marktwaarde in verhuurde staat op portefeuilleniveau, toepassing van de full-versie leidt tot een getrouwe weergave op complexniveau. Ieder jaar wordt na 1 juli het handboek gevalideerd op basis van de waarderingsuitkomsten van het bezit van corporaties die de full-versie toepassen, dat wil zeggen de waardering gebruikmakend van een externe taxateur op balansdatum van het daaraan voorafgaande boekjaar. Dit vormt input om de basisversie eventueel aan te passen. De validatie eis daarbij is dat voor ten minste 90% van de portefeuilles het verschil tussen de basiswaardering en full waardering beperkt moet blijven tot maximaal + of - 10%. De inzichten van de validatie 2025 zijn met betrekking tot de waardering volgens de basisversie naar de stand van 31 december 2025 zijn op 15 maart 2026 gepubliceerd en verwerkt in de deze jaarrekening.

Beleidswaarde informatie

Per 31 december 2025 is in totaal € 668 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in het eigen vermogen begrepen (2024: € 616 miljoen) uit hoofde van de waardering van het vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.
De realisatie van deze ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Ons Huis. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat de doelstelling van Ons Huis is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar zelf niet in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een zeer beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast zal bij mutatie van de woningen slechts in uitzonderingsgevallen de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijk onderhouds- en beheerslasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van Ons Huis. Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde (en daarmee van het eigen vermogen) in de toekomst zal worden gerealiseerd. Het bestuur van Ons Huis heeft een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is. Deze schatting ligt in lijn met het verschil tussen de beleidswaarde van het bezit in exploitatie en de marktwaarde in verhuurde staat en bedraagt ca. € 466 miljoen. Dit verschil is als volgt te verklaren (x € 1.000):

  DAEB niet-DAEB Totaal Totaal 2024
Marktwaarde in verhuurde staat 1.099.386 60.835 1.160.221 1.093.929
         
- Beschikbaarheid (scenario) -72.210 -8.858 -81.068 -224.757
- Beschikbaarheid (60 jaar) -68.747 -3.099 -71.846 -27.788
- Beschikbaarheid (overdrachtskosten) 106.739 5.177 111.916 93.435
- Betaalbaarheid -321.965 -5.110 -327.075 -233.187
- Kwaliteit (onderhoud) -245.647 -10.291 -255.938 -193.946
- Kwaliteit (EFG-labels) -208 0 -208 -351
- Beheer -19.641 138 -19.503 -12.535
- Disconteringsvoet 169.860 8.330 178.190 261.462
  -451.819 -13.713 -465.532 -337.667
         
Beleidswaarde 647.567 47.122 694.689 756.262

Dit impliceert dat circa 52% van het totale eigen vermogen niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is.
De beleidswaarde ultimo 2025 bedraagt € 695 miljoen.
Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

Uitgangspunten 2025 2024
Streefhuur per maand:    
• Grondgebonden woning €831  €793 
• Appartement €704  €706 
Norm beheerlasten per jaar per woning €1.096  €1.023 
Ingerekende gemiddelde jaarlijkse onderhoudslasten per woning €3.573  €3.192 
Aantal verhuureenheden met EFG label 38 57

Streefhuur

Het streefhuurbeleid van Ons Huis is als volgt:
In Woonkeus verband (Stedendriehoek) zijn afspraken gemaakt in het kader van passend toewijzen over slaagkansen per huurprijscategorie. De streefhuren worden zodanig bepaald dat op basis van ervaren mutatiegraden in iedere huurprijscategorie binnen bepaalde bandbreedtes aan de afspraken wordt voldaan.

Onderhoud

De ingerekende onderhoudslasten bestaan uit de volgende elementen:
- Reparatie- en klachtenonderhoud
- Mutatieonderhoud
- Contractonderhoud
- Planmatig onderhoud
De in de meerjarenonderhoudsbegroting opgenomen geschatte lasten inzake Reparatie- en klachtenonderhoud alsmede mutatie onderhoud zijn mede gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden welke worden geïndexeerd met de bouwkostenindex. Het geschatte contractonderhoud is gebaseerd op aangegane respectievelijk naar verwachting af te sluiten onderhoudscontracten voor de betreffende installaties. Het planmatige onderhoud is gebaseerd op de meerjarenonderhoudsbegroting (MJOB) van Ons Huis. De MJOB gaat uit van al die werkzaamheden die meerjarig (zowel de lange als korte onderhoudscycli) moeten worden uitgevoerd om een complex in zodanig technische en bouwkundige staat te houden dat sprake is en blijft van minimaal een conditiescore 4.
Ons Huis beschikt over een door het bestuur vastgestelde en door de Raad van Commissarissen goedgekeurde MJOB voor 10 jaar. De MJOB is gebaseerd op de bekende onderhoudsstaat van het bezit. Om de onderhoudsstaat actueel te houden verricht Ons Huis conditiemetingen. Bij het opstellen van de MJOB actualiseert Ons Huis het prijspeil op basis van ervaringen en prijsontwikkelingen op basis van kwartaaluitingen van Ortec. De timing wanneer verschillende onderhoudscycli worden uitgevoerd, is gebaseerd op een schatting. Het daadwerkelijke jaar van uitvoering is niet exact voorspelbaar en afhankelijk van meerdere factoren. De impact van een individuele verschuiving in de tijd van planmatig onderhoud in de 60 jaar prognose is van geringe betekenis op de uitkomst van de beleidswaarde als geheel. Daarnaast zal een verschuiving op complexniveau gecompenseerd kunnen worden met een verschuiving bij een ander complex. De omvang van het planmatige onderhoud als geheel tendeert derhalve naar een ideaalcomplex. De exacte timing van uitgaven valt derhalve onder de aanwezige schattingsonzekerheid.

In de MJOB houdt Ons Huis rekening met de volgende cycli:      
Type   periodiciteit  
Schilderwerk   7 jaar  
CV-toestellen   18 jaar  
Plat dak vervanging   30 jaar  
Dakpannen   50-75 jaar  
Voegwerk   30 jaar  
Kozijnvervanging   45-75 jaar  
Keukens   20 jaar  
Badkamer / toilet   30 jaar  
Rookmelders   10 jaar  
Mechanische ventilatie   15 jaar  

Zoals hiervoor aangegeven kent de vastgestelde en goedgekeurde MJOB een horizon van 10 jaar. De cijfers voor deze periode van 10 jaar van de MJOB zijn afgeleid van MJOB gegevens over een periode van 75 jaar, waarbij alle cycli oneindig doorlopen waardoor de termijn van 60 jaar alle elementen bevat. Nieuwbouw en verkoop is buiten beschouwing gelaten.Ons Huis heeft nog 38 eenheden waarop een EFG label van toepassing is. Voor deze complexen is een correctie doorgevoerd op de MJOB voorzover dit geen rijksmonumenten zijn.
Bij Ons Huis is geen sprake van achterstallig onderhoud.

Beheerlasten

De beheerlastennorm is gebaseerd op de realisatie 2025 en is representatief voor een langjarig karakter.

Sensiviteitsanalyse:

De bepaling van de beleidswaarde is aan schattingen onderhevig.
In onderstaande tabel wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van de schatting heeft op de beleidswaarde:

Effect op de beleidswaarde: Mutatie t.o.v. uitgangspunt Effect op beleidswaarde
(x € 1.000)
Effect op beleidswaarde
(x € 1.000)
Disconteringsvoet -/- of + 0,5% 80.874 -67.953
Streefhuur per maand -/- of + € 25 -37.796 30.412
Lasten onderhoud of beheer per jaar -/- of + € 100 23.904 -23.904
Mutatiegraad -/- of + 0,5% -2.016 4.525
2.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste    
van de exploitatie 31 dec. 25 31 dec. 24
Bedrijfspanden 1.120.623 1.201.411
Inventaris 272.072 447.232
Vervoermiddelen 58.508 82.101
  1.451.203 1.730.744
Het verloop van deze activa is als volgt:    
  2025 2024
Stand 1 januari    
Aanschafwaarde 4.871.990 4.895.234
Cumulatieve afschrijving 3.141.246 3.040.850
Boekwaarde 1.730.744 1.854.384
     
Investeringen 24.118 229.518
Desinvesteringen 0 -38.250
Boekresultaat verkochte auto's 0 736
Afschrijvingen -303.658 -315.644
Totaal van de mutaties -279.540 -123.640
     
Stand 31 december    
Aanschafwaarde 4.783.717 4.871.990
Cumulatieve afschrijving 3.332.513 3.141.246
Boekwaarde 1.451.204 1.730.744
Afschrijvingstermijnen  
De afschrijvingstermijnen bedragen respectievelijk voor (in jaren): lineair
* kantoren 30
* automatisering 3
* inventarissen 10
* wagenpark 6

De investeringen zien op ict en inventaris.

3. FINANCIËLE VASTE ACTIVA

3.1 Andere deelneming 2025 2024
33,3% deelneming in CV Heyendaal    
Het verloop van de deelneming in CV Heyendaal is als volgt:    
Boekwaarde 1 januari 10.004.718 9.522.434
Aandeel resultaat boekjaar 996.496 722.284
Te ontvangen rendement en aandeel resultaat -240.000 -240.000
Saldo 31 december 10.761.214 10.004.718
In CV Heyendaal zijn 207 wooneenheden voor studenten gerealiseerd in Nijmegen. Ons Huis neemt deel als commanditair vennoot voor een totaalbedrag van € 8.000.000. Jaarlijks wordt een rendement van 3% ontvangen. Exploitatieresultaten worden naar rato van het aandeel in de CV hiermee verrekend.
3.2 Latente vordering vennootschapsbelasting 31 dec. 25 31 dec. 24
     
a. In verband met afwijkende fiscale en commerciële    
waardering leningen o/g en de opgelopen rente hierover 586.851 627.748
b. In verband met nog te verrekenen fiscaal verlies 595.658 1.415.032
c. Afschrijvingspotentieel 198.565 344.973
  1.381.074 2.387.753
  Afschrijvings- verrekenbaar  
  potentieel verlies leningen
Saldo 1 januari 344.973 1.415.032 627.748
       
Correctie 0   0
Belasting boekjaar 0 -843.532 0
Mutatie latentie -146.408 24.158 -40.897
Saldo 31 december 2025 198.565 595.658 586.851

Bij een aantal jaarrekeningposten is sprake van tijdelijke verschillen tussen de waardering van activa en passiva volgens jaarrekeninggrondslagen en fiscale grondslagen. Verder is sprake van fiscaal compensabele verliezen. Deze contante verschillen, rekening houdend met het geldende belastingtarief, leiden tot de in het verloopzicht verantwoorde belastinglatenties. De contante waarde tegen 2,44% (2024: 2,49%) van de latente belastingvorderingen worden hierna toegelicht:

a. Leningen o/g

In de jaarrekening is voor de leningenportefeuille een latente vordering tegen de contante waarde verantwoord voor het verschil tussen de waardering die de fiscus toepast (i.c. reële waarde) en de waardering als toegepast in de jaarrekening (geamortiseerde kostprijs). De latentie loopt af over de waardering als toegepast in de jaarrekening (geamortiseerde kostprijs). De latentie loopt af over de resterende looptijd van de leningen. Dit is tot 2038. In 2026 valt circa € 62.000 vrij. Het nominale verschil bedraagt € 2,7 miljoen (2024: € 3,0 miljoen) en is gewaardeerd tegen contant € 2,3 miljoen.

b. Fiscaal verrekenbare verliezen

Er wordt een latente belastingvordering uit hoofde van fiscaal compensabele verliezen gevormd voor zover er voldoende sterke aanwijzingen zijn dat er in de toekomst voldoende fiscale winst beschikbaar zal zijn ter realisatie van de latente vordering. De verwachting is dat de latentie een korte looptijd van enkele jaren heeft. De latentie ziet op onder andere op voorvoegingsverliezen vanuit de fusie met WBW. Het nominale verschil bedraag € 2,6 miljoen (2024: € 6,0 miljoen) en is gewaardeerd tegen contant € 2,3 miljoen.

c. Afschrijvingspotentieel

Voor het tijdelijk verschil dat ultimo boekjaar door afschrijvingen gerealiseerd gaat worden, wordt gewaardeerd als actieve latentie. Het nominale bedrag van de latentie is € 500.000. Het nominale verschil bedraagt € 1,9 miljoen (2024 € 2,3 miljoen) en is gewaardeerd tegen contant € 1,2 miljoen.

Waarderingsverschil vastgoed:

Ten aanzien van het DAEB en Niet-DAEB vastgoed in exploitatie is sprake van een waarderingsverschil tussen de commerciële en fiscale boekwaarde. De marktwaarde van het vastgoed in exploitatie bedraagt ultimo 2025 € 1.160 miljoen. De fiscale boekwaarde bedraagt ultimo 2025 € 884 miljoen, per saldo een verschil van € 276 miljoen. Ten aanzien van dit waarderingsverschil van het vastgoed in exploitatie geldt dat deze niet tot waardering is gebracht. Uitgangspunt is namelijk dat het strategisch voorraadbeleid zodanig is ingericht dat de omvang van de vastgoedportefeuille in stand wordt gehouden. Verkochte woningen worden vervangen door nieuwe woningen, waardoor het vormen van een herinvesteringsreserve mogelijk zal zijn en gesloopte woningen zullen worden vervangen door nieuwbouw waardoor de fiscale boekwaarde doorschuift en niet tot afwikkeling komt in de nabije toekomst. De waardering van de waarderingsverschillen zal tegen contante waarde tenderen naar nihil. Hiermee wordt aangesloten op de voorgenomen wijze van indiening van de fiscale aangifte. Enkel ten aanzien van het fiscaal afschrijvingspotentieel is een latentie gevormd uit hoofde van binnen de afschrijvingstermijn af te wikkelen fiscaal-commerciële waarderingsverschillen. Het afschrijvingspotentieel is bepaald aan de hand van de fiscale activastaat. Op complexniveau is bepaald in hoeverre het afschrijvingspotentieel wordt beperkt door het verschil tussen de commerciële en fiscale boekwaarde. Dit is contant gemaakt aan de hand van de afschrijvingstermijn.

Latente belastingvorderingen niet tot waardering gebracht

Met ingang van 1 januari 2019 is de ATAD-richtlijn van toepassing waardoor voor de bepaling van het fiscaal belastbaar bedrag de renteaftrek beperkt is. De aftrekbeperking ziet toe op het meerdere van 24,5% van de fiscale EBITDA (Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization) met een ondergrens van € 1 miljoen (ATAD-norm). Indien in toekomstige jaren de rente daalt onder de hiervoor genoemde ATAD-norm is de eerder niet in aftrek genomen rente alsnog aftrekbaar. Hierdoor ontstaat een tijdelijk verschil. Voor het saldo niet-aftrekbare rente ultimo 2025 is ingeschat dat deze redelijkerwijs niet binnen afzienbare tijd wordt verrekend. Om deze reden is hiervoor geen actieve belastinglatentie opgenomen.

VLOTTENDE ACTIVA

4. VOORRADEN

4.1 Vastgoed bestemd voor verkoop 2025 2024
Saldo 1 januari 75.210 75.210
Verkochte parkeerplaats -5.000 0
Door te verkopen woning 358.555 0
Saldo 31 december 428.765 75.210
Dit betreffen een aantal resterende parkeerplaatsen in Sparta Luce en een teruggekochte woning onder de voorwaarden van Koopgarant, die weer verkocht wordt.
4.2 Overige voorraden 31 dec. 25 31 dec. 24
Grondposities 3.189.267 5.500.987
Verliesvoorzieningen -3.189.267 -5.500.732
  0 255
Het betreft een grondpositie met in totaal 3.857 m2 (2024 hetzelfde).

5. VORDERINGEN

Looptijd:
Alle vorderingen hebben in principe een looptijd van < 1 jaar.

5.1 Huurdebiteuren 31 dec. 25 31 dec. 24
Het saldo huurdebiteuren is als volgt te specificeren:    
Achterstand huidige huurders 197.468 170.270
Achterstand vertrokken huurders (incl. schades) 249.470 190.900
  446.938 361.170
Voorziening dubieuze debiteuren 249.470 190.900
  197.468 170.270
De achterstand van huidige huurders in % van de jaarhuur (12 x maandhuur december) bedraagt 0,35% tegen 0,33% eind 2024.
Het verloop van de voorziening voor dubieuze huurdebiteuren is als volgt
Voorziening dubieuze huurdebiteuren 2025 2024
Saldo 1 januari 190.900 229.899
Toevoeging 171.898 87.614
Onttrekking -113.328 -126.613
Saldo 31 december 249.470 190.900
     
     
5.2 Overheid 31 dec. 25 31 dec. 24
Gemeente Apeldoorn 12.968 35.171
5.3 Vorderingen groepsmaatschappijen 31 dec. 25 31 dec. 24
Uitkering rendement en aandeel resultaat CV Heyendaal 240.000 240.000
     
5.4 Belastingen en premies sociale verzekering 31 dec. 25 31 dec. 24
Vennootschapsbelasting:    
Belastingjaar 2023 0 1.054.229
Belastingjaar 2024 -44.002 219.809
Belastingjaar 2025 50.373 0
  6.371 1.274.038
5.5 Overige vorderingen 31 dec. 25 31 dec. 24
Overige debiteuren 461.985 78.306
     
5.6 Overlopende activa 31 dec. 25 31 dec. 24
Vooruitbetaalde kosten 1.460 2.857
Te verrekenen met BWSA 0 277.125
Overige transitoria 224.038 165.310
  225.498 445.292
6. LIQUIDE MIDDELEN 31 dec. 25 31 dec. 24
Giro 4.597 9.908
ING 4.577.499 657.719
Rabo 1.273 654
Deposito's Rabo 1.026 1.009
Kruisposten liquide middelen 0 1.347
Totaal 4.584.395 670.637
De liquide middelen staan ter vrije beschikking. Ultimo 2025 werd een hogere stand liquide middelen aangehouden voor de afname direct begin 2026 van het project HTS.

PASSIVA

7. EIGEN VERMOGEN

7.1 Herwaarderingsreserve 2025 2024
Stand 1 januari 623.180.361 560.013.435
Desinvesteringen -591.200 -154.888
Mutatie boekjaar 53.010.189 63.321.814
Stand 31 december 675.599.350 623.180.361
     
gespecificeerd:    
Vastgoed in exploitatie 667.785.955 615.835.733
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 7.813.395 7.344.628
  675.599.350 623.180.361
7.2 Wettelijke en statutaire reserves 2025 2024
Saldo 1 januari 2.004.718 1.522.434
Uitkering rendement en resultaat -240.000 -240.000
Aandeel resultaat boekjaar 996.496 722.284
Saldo 31 december 2.761.214 2.004.718
7.3 Overige reserves 2025 2024
Saldo 1 januari 147.237.715 198.471.030
Realisatie uit herwaarderingsreserves -52.418.989 -63.166.926
Mutatie wettelijke en statutaire reserves -756.496 -482.284
Resultaat voorgaand boekjaar 71.091.219 12.415.895
Saldo 31 december 165.153.449 147.237.715

De herwaarderingsreserve DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie betreft het positief verschil tussen de boekwaarde op basis van de marktwaarde (op basis van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde) en de boekwaarde op basis van historische kosten. Voor de realiseerbaarheid van de waarde van de onroerende zaken in exploitatie en het hiermee samenhangende deel van de herwaarderingsreserve verwijzen wij naar het bestuursverslag.

7.4 Resultaat boekjaar 2025 2024
Saldo 1 januari 71.091.219 12.415.895
Naar overige reserves -71.091.219 -12.415.895
Resultaat boekjaar 58.595.181 71.091.219
Saldo 31 december 58.595.181 71.091.219

8. VOORZIENINGEN

8.1 Voorziening onrendabele investeringen 31 dec. 25 31 dec. 24
Voorziening onrendabel deel nieuwbouw 1.746.798 0
Voorziening grondexploitaties 0 0
Voorziening onrendabele woningverbeteringen 1.949.572 2.021.975
  3.696.370 2.021.975
Verloop voorziening onrendabel deel nieuwbouw 2025 2024
Saldo 1 januari 0 2.253.701
Mutatie boekjaar 1.746.798 0
In mindering op projectsaldo 0 -2.253.701
Saldo 31 december 1.746.798 0
Het onrendabel deel nieuwbouw ziet op de HTS-locatie.
Verloop voorziening grondexploitaties 2025 2024
Beginstand 1 januari 0 215.640
Mutatie boekjaar 0 -215.640
Saldo 31 december 0 0
Verloop voorziening onrendabele woningverbeteringen 2025 2024
Beginstand 1 januari 2.021.975 1.685.005
Dotatie boekjaar 5.352.841 7.865.054
Ontrekkingen boekjaar -5.425.244 -7.528.084
Saldo 31 december 1.949.572 2.021.975
     
8.2 Voorziening latente belastingverplichtingen 2025 2024
In verband met fiscale onderhoudsvoorziening    
Saldo 1 januari 2.849.635 2.956.605
Mutatie latentie 78.457 -106.970
Saldo 31 december 2.928.092 2.849.635
In de jaarrekening is op basis van een met de fiscus afgesloten Vaststellingsovereenkomst voor de fiscaal getroffen onderhoudsvoorziening een latente schuld tegen de contante waarde verantwoord voor het tijdelijke verschil. De latentie valt vrij in de jaren 2025 tot en met 2028. Het nominale bedrag van de latentie is € 3,3 miljoen. Het nominale verschil bedraagt € 12,8 miljoen en is gewaardeerd tegen contant € 11,3 miljoen.
8.3 Overige voorzieningen    
Jubileumuitkeringen 2025 2024
Saldo 1 januari 113.008 113.008
Onttrekking boekjaar -14.100 -13.277
Dotatie boekjaar 6.344 11.144
Saldo 31 december 105.252 110.875
Deze voorziening heeft voor een bedrag van € 808 een looptijd van < 1 jaar.

9. LANGLOPENDE SCHULDEN

9.1 Schulden aan overheid 31 dec. 25 31 dec. 24
Leningen overheid 7.900.000 7.900.000
9.2 Schulden aan banken 31 dec. 25 31 dec. 24
Leningen banken 243.995.828 242.516.186
Agio 2.657.670 2.724.452
  246.653.498 245.240.638
  Ultimo 2025      
  gem. rente % > 5 jaar > 1 & < 5 jaar Totaal
Leningen overheid 4,08 0 7.900.000 7.900.000
Leningen banken 3,26 237.721.885 6.273.943 243.995.828
    237.721.885 14.173.943 251.895.828
         
  Ultimo 2024      
  gem. rente % > 5 jaar > 1 & < 5 jaar Totaal
Leningen overheid 4,08 7.900.000 0 7.900.000
Leningen banken 3,34 228.052.852 14.463.334 242.516.186
    235.952.852 14.463.334 250.416.186
         
    Overheid Banken Totaal
Saldi ultimo voorgaand boekjaar   7.900.000 247.819.774 255.719.774
Opgenomen onder kortlopende schulden   0 5.303.588 5.303.588
Stand ultimo voorgaand boekjaar   7.900.000 242.516.186 250.416.186
         
Nieuwe leningen   0 17.000.000 17.000.000
Aflossingen / mutatie roll-over   0 -12.303.588 -12.303.588
Totaal mutaties   0 4.696.412 4.696.412
         
Saldi ultimo boekjaar   7.900.000 252.516.186 260.416.186
Opgenomen onder kortlopende schulden   0 8.520.358 8.520.358
Stand ultimo boekjaar   7.900.000 243.995.828 251.895.828

Zekerheden

Van de leningen is door het WSW geborgd € 253.506.000 (2024: € 248.531.000). Het borgingsplafond voor 2025 bedraagt € 262,1 miljoen.

Aflossingssysteem

De leningen worden afgelost op basis van het lineaire, annuïtaire dan wel het fixe systeem.

Reële waarde

De reële waarde van de leningen betreft de contante waarde van de leningportefeuille waarbij gedisconteerd wordt tegen een actuele marktrente voor soortgelijke leningen Op basis van de swapcurve inclusief risico-opslag woningcorporaties is de reële waarde van de leningen ultimo 2025 (excl. opgelopen rente) € 250 miljoen (2024: € 268 miljoen). De marktwaarde van de leningen is berekend tegen de swapcurve op basis van de 6-maands Euribor.

Roll-over leningen

In de langlopende schulden is een roll-over lening met een totale hoofdsom van € 15 miljoen begrepen, waarop ultimo 2025 € 7 miljoen is teruggeplaatst. Ultimo 2024 was er niets teruggeplaatst. De opnames en terugplaatsingen in het boekjaar zijn gesaldeerd gepresenteerd in de aflossingen.

Agio 2025 2024
Saldo 1 januari 2.724.452 2.790.879
Vrijval boekjaar -66.782 -66.427
Stand ultimo 2.657.670 2.724.452
Dit betreft in 2021 ontstaan agio als gevolg van de leningruil met Vestia. In het belang van de volkshuisvesting is sectorbreed naar een structurele oplossing gezocht voor woningcorporatie Vestia. In 2021 hebben 251 corporaties bijgedragen aan een oplossing voor de hoge rentelasten van Vestia.
Corporaties hebben met Vestia nieuw afgesloten leningen met lage rentes uitgeruild met leningen van Vestia die een hogere rente kennen, waardoor per saldo een herverdeling van de rentelasten tussen de corporatie en Vestia heeft plaats gevonden. Ons Huis heeft hieraan deelgenomen, wat resulteerde in een lening met een nominale hoofdsom van € 1,9 miljoen en een volkshuisvestelijke bijdrage in de vorm van agio van € 2,9 miljoen, ontstaan door het verschil tussen de nominale waarde en de marktwaarde van de lening. De volkshuisvestelijke bijdrage is ten laste van het resultaat gebracht en verantwoord onder de overige organisatiekosten.
De nominale hoofdsom wordt afgelost na 40 jaar. De rente bedraagt 4,86% gedurende de hele looptijd. Jaarlijks wordt rente betaald en valt een deel van het agio vrij, bestaande uit het verschil tussen de in betreffend jaar betaalde rente en de berekende effectieve rente.
9.3 Terugkoopverplichting vastgoed verkocht onder voorwaarden 2025 2024
Terugkoopverplichting ontstaan bij overdracht    
van de woningen aan de koper 7.171.642 7.373.027
Waardeverminderingen en vermeerderingen 6.558.604 5.082.084
Boekwaarde 1 januari 13.730.246 12.455.111
     
Mutaties:    
Af: in verband met terugkoop -539.986 -201.385
Waardeverandering boekjaar 680.102 1.476.520
Totaal mutaties 140.116 1.275.135
     
Terugkoopverplichting ontstaan bij overdracht    
van de woningen aan de koper 6.631.656 7.171.642
Waardeverminderingen en vermeerderingen 7.238.706 6.558.604
Boekwaarde 31 december 13.870.362 13.730.246
De terugkoopverplichting uit hoofde van woningen verkocht onder de Koopgarantregeling heeft betrekking op 51 aantal woningen (2024: 53), waarvan 24 huurwoningen uit bestaand bezit (2024: 25) en 27 nieuwbouwkoopwoningen (2024: 28).
9.4 Overige schulden 31 dec. 25 31 dec. 24
Waarborgsommen 33.786 33.186
Glasfonds 38.179 34.744
  71.965 67.930
Waarborgsommen 31 dec. 25 31 dec. 24
Waarborgsommen 31.899 31.299
Rente waarborgsommen 1.887 1.887
  33.786 33.186
Dit betreffen de ontvangen waarborgsommen van een aantal bedrijfspanden. De looptijd is naar verwachting langer dan 1 jaar.
Glasfonds 2025 2024
Het verloop van het glasfonds is als volgt:    
Saldo 1 januari 34.744 65.304
Rente 869 1.633
Toevoegingen 51.246 47.240
Onttrekkingen -48.680 -79.433
Saldo 31 december 38.179 34.744
Het glasfonds heeft betrekking op niet verzekerde glasschades van huurders. Het fonds heeft tot doel de lasten gelijkmatig over de jaren te verdelen. Enerzijds vindt jaarlijks een toevoeging plaats op basis van via de huur geïncasseerde vergoedingen en rente, anderzijds worden de werkelijke lasten jaarlijks aan het fonds onttrokken. Overschotten worden door middel van premieverlagingen met de huurders verrekend.

10. KORTLOPENDE SCHULDEN

Looptijd:
Alle kortlopende schulden hebben in principe een looptijd van < 1 jaar.

10.1 Schulden overheid 31 dec. 25 31 dec. 24
Niet vervallen rente geldleningen 134.226 134.226
     
10.2 Schulden aan leveranciers 31 dec. 25 31 dec. 24
Handelscrediteuren 2.177.798 3.155.458
10.3 Belastingen en premies sociale verzekering 31 dec. 25 31 dec. 24
Af te dragen Loonheffing 225.097 163.899
Af te dragen Omzetbelasting 4e kwartaal 1.243.030 2.201.605
Afrekening premies Pensioenfonds 57.148 53.308
  1.525.275 2.418.812
10.4 Schulden aan banken 31 dec. 25 31 dec. 24
Leningen kredietinstellingen (aflossing komend boekjaar) 8.520.358 5.303.588
Niet vervallen rente geldleningen 2.171.499 1.972.803
Overige 6.572 14.144
  10.698.429 7.290.535
10.5 Overlopende passiva 31 dec. 25 31 dec. 24
Huurders vooruitontvangen huur 817.328 614.363
Huurders te verrekenen levering van goederen en diensten 582.840 176.464
Aangegane verplichtingen planmatig onderhoud 73.558 46.525
Vooruitontvangen subsidies 1.511.055 1.026.124
Reservering verlofrechten 194.815 203.544
Te verrekenen met BWSA 696.817 0
Overige transitoria 429.078 491.076
  4.305.491 2.558.096
De vooruitontvangen subsidies hebben betrekking op het warmtenet Kerschoten, waarvoor de kosten op een later moment volgen.

NIET IN DE BALANS OPGENOMEN REGELINGEN EN VERPLICHTINGEN

Obligolening ten behoeve van Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

Ons Huis heeft gecommitteerd obligo zeker gesteld ten behoeve van het WSW door het aantrekken van een obligolening. Wanneer het jaarlijks obligo onvoldoende is om het risicovermogen van het WSW aan te vullen kan het WSW een beroep doen op het gecommitteerd obligo. Dit betreft voor Ons Huis een lening van ca. € 6,6 miljoen met een variabele hoofdsom, waarop in beginsel niet getrokken wordt, dit heeft in 2025 ook niet plaats gevonden. Normaliter moet het jaarlijks obligo toereikend zijn, maar met de obligoleningen wordt in hoge mate zekerheid verkregen dat voldoende liquide middelen beschikbaar zijn.

Loopbaanontwikkelingsbudgetten

Iedere medewerker beschikt over een loopbaanontwikkelingsbudget (CAO) van € 900 per aanwezig dienstjaar met een maximum van € 4.500. Hieruit kunnen functie- of persoongerichte opleidingen betaald worden die geen direct organisatiebelang hebben.

Inning obligo

Ons Huis dient als deelnemer van WSW voor de prognosejaren 2026-2030 rekening te houden met inning van obligo ter hoogte van 0,167% van het verwachte geborgde schuldrestant ultimo voorgaand jaar.

Aangegane verplichtingen

Er zijn verplichtingen aangegaan voor de aankoop van 20 woningen in een voormalig schoolgebouw voor € 6,1 miljoen, te verhogen met € 0,5 miljoen overdrachtsbelasting. Voor onderhouds- werkzaamheden die in 2026 zullen worden uitgevoerd zijn in 2025 verplichtingen aangegaan voor een bedrag van ca. € 4,7 miljoen en voor investeringen in bestaand bezit ca. € 1,9 miljoen.

Energiecontract

Voor de levering van gas en electra is een overeenkomst voor de jaren 2023 tot en met 2026 afgesloten. Het grootste deel hiervan wordt via vergoedingen doorberekend aan huurders.

Inspanningsverplichitng

Ons Huis is een inspanningsverplichting aangegaan voor het realiseren en verhuren van 20 wooneenheden ten behoeve van een zorginstelling.

VERBONDEN PARTIJEN

Van transacties met verbonden partijen is sprake wanneer een relatie bestaat tussen de onderneming en een natuurlijk persoon of entiteit die verbonden is met de onderneming. Dit betreffen onder meer de relaties tussen de onderneming en haar deelnemingen, de aandeelhouders, de bestuurders en de functionarissen op sleutelposities. Onder transacties wordt verstaan een overdracht van middelen, diensten of verplichtingen, ongeacht of er een bedrag in rekening is gebracht.

Financiële instrumenten

Algemeen

De in deze toelichting opgenomen gegevens verschaffen informatie die behulpzaam is bij het schatten van de omvang van risico’s die verbonden zijn aan zowel de in de balans opgenomen als de niet in de balans opgenomen financiële instrumenten.

Doelstellingen en beleid inzake beheer financiële risico’s

De primaire financiële instrumenten van Ons Huis, anders dan derivaten, dienen ter financiering van haar operationele activiteiten of vloeien direct uit deze activiteiten voort. Een belangrijke doelstelling van het financieringsbeleid van Ons Huis is het voorkomen dan wel spreiden van ongewenste financiële risico’s zoals rente- en liquiditeitsrisico’s.
Het beleid is erop gericht het jaarlijks renterisico te maximeren op 15% van de leningenportefeuille.

De belangrijkste risico’s uit hoofde van de financiële instrumenten van Ons Huis zijn het kredietrisico, liquiditeitsrisico, valutarisico, renterisico (prijs- en kasstroomrisico en marktrisico.
Het beleid van de groep om deze risico’s te beperken is als volgt.

Kredietrisico

Dit betreft het risico dat financiële instellingen niet aan hun contractuele verplichtingen jegens Ons Huis kunnen voldoen. Verder wordt hieronder vermeld het risico van oninbaarheid bij huurdebiteuren
Ons Huis maakt gebruik van meerdere banken teneinde dit risico te beperken. Verder handelt Ons Huis enkel met kredietwaardige partijen en heeft zij procedures opgesteld om de kredietwaardigheid vast te stellen (rating) en de omvang van het kredietrisico bij elke partij te beperken.
Er zijn geen significante concentraties van kredietrisico binnen Ons Huis.

Liquiditeitsrisico

Dit betreft het risico dat Ons Huis over onvoldoende middelen beschikt om aan haar directe verplichtingen te kunnen voldoen.

Om te waarborgen dat Ons Huis aan haar verplichtingen kan voldoen is naast het aantrekken van langlopende leningen, een roll-over lening van € 15 miljoen beschikbaar met roll-momenten per week (2024: € 15 miljoen).

Valutarisico

Ons Huis loopt geen valutarisico. Zij is alleen werkzaam in Nederland waardoor alle inkomende en uitgaande kasstromen in euro’s zijn.

Renterisico (prijs- en kasstroomrisico’s)

Ons Huis loopt renteprijs- en rentekasstroomrisico’s over de rentedragende vorderingen (met name begrepen onder financiële vaste activa), effecten en liquide middelen en rentedragende langlopende en kortlopende schulden (waaronder schulden aan kredietinstellingen).

Voor vastrentende langlopende vorderingen en langlopende leningen loopt Ons Huis het risico dat de reële waarde van de vorderingen en leningen zal dalen respectievelijk stijgen als gevolg van veranderingen in de marktrente (i.c. prijsrisico). Voor deze vorderingen en schulden worden geen financiële derivaten uit hoofde van veranderingen in de marktrente afgesloten.

Voor de roll-over leningen met variabele renteafspraken loopt Ons Huis risico ten aanzien van toekomstige kasstromen als gevolg van veranderingen in de marktrente (i.c. kasstroomrisico). Dit risico blijft beperkt tot de minimale hoofdsom van de betreffende leningen (€ 3 miljoen).

Renteprijsrisico’s leningen overheid en banken

Ter beoordeling van het prijsrisico dat de groep loopt, zijn de leningen in onderstaand overzicht ingedeeld in groepen van overeenkomstige contractueel overeengekomen rentepercentages en looptijden :
2025 Renteklasse (vastrentende leningen)
Restant looptijd Tot 3% 3%-5% 5%-7% Totaal
0-5 jaar 8.200.000 8.080.000 5.000.000 21.280.000
6–10 jaar 10.500.000 10.000.000 12.000.000 32.500.000
11–15 jaar 0 35.500.000 0 35.500.000
16–20 jaar 22.800.000 4.756.092 4.000.000 31.556.092
> 20 jaar 42.000.000 83.354.582 6.225.512 131.580.094
Totaal 83.500.000 141.690.674 27.225.512 252.416.186

De effectieve rentevoet van de vastrentende leningen overheid en banken bedraagt gemiddeld 3,31%.

2024 Renteklasse (vastrentende leningen)
Restant looptijd Tot 3% 3%-5% 5%-7% Totaal
0-5 jaar 8.200.000 240.000 10.000.000 18.440.000
6–10 jaar 10.500.000 7.900.000 12.000.000 30.400.000
11–15 jaar 0 35.500.000 0 35.500.000
16–20 jaar 22.800.000 4.924.578 0 27.724.578
> 20 jaar 35.000.000 82.631.115 11.024.081 128.655.196
Totaal 76.500.000 131.195.693 33.024.081 240.719.774

Rentekasstroomrisico’s leningen overheid en banken

De contractuele renteherzieningsdata of aflossingsdata indien laatstgenoemde eerder liggen en de effectieve rentevoet van de zowel in de balans als niet in de balans opgenomen financiële instrumenten van Ons Huis waarover rentekasstroomrisico wordt gelopen, luiden als volgt:

Langlopende schulden < 1 jaar 10 jaar hoofdsom rente
2025        
Leningen banken   15.000.000 15.000.000 2,149%
2024        
Leningen banken   15.000.000 15.000.000 3,175%

De effectieve rentevoet van de financiële instrumenten gegroepeerd onder variabele rentevoet wordt herzien binnen een jaar. De andere financiële instrumenten van Ons Huis zijn niet in de bovenstaande tabel opgenomen, omdat ze niet rentedragend zijn en daardoor niet aan renterisico onderhevig zijn.

Overige kasstroomrisico’s leningen overheid en banken

Onderstaande vervalkalender van de leningenportefeuille geeft inzicht in de jaarlijkse bedragen betreffende de contractueel bepaalde kasstromen uit hoofde van de jaaraflossingen, de eindaflossingen en de renteconversies:

  Jaaraflossingen Eindaflossingen Renteconversies
2026 320.358 8.200.000 0
2027 331.087 0 0
2028 342.325 0 5.800.000
2029 294.098 5.000.000 0
2030 306.433 7.900.000 676.222
2031 319.357 0 5.000.000
2032 332.901 25.500.000 0
2033 347.094 6.000.000 0
2034 361.970 6.000.000 0
2035 377.563 10.000.000 5.000.000

De looptijd van de leningenportefeuille overheid en banken bedraagt gemiddeld 21,2 jaar (2024: 21,3 jaar).

Hierna worden de renterisico’s van de leningenportefeuille per lening soort toegelicht:
‒ De rente van de vastrentende leningen is voor de gehele looptijd gefixeerd dan wel tot het renteherzienings-moment. Het risico van deze leningen betreft:
‒ op het moment van renteherziening indien de rente hoger dan wel lager is dan de oude contractrente;
‒ de herfinanciering van de tussentijdse en eindaflossingen van de lening in een nieuwe lening met een hogere dan wel lagere rente.
‒ De rente van de variabel rentende lening (roll-over lening) is gebaseerd op 1- weeks Euribor. De rente van de roll-over lening is opgebouwd uit het Euribor percentage en een opslag van 240 basispunten.

Marktrisico

Het marktrisico wordt beheerst door spreiding aan te brengen in de geldgevers ter zake de leningenportefeuille.

Reële waarde

Voor vastrentende langlopende leningen loopt Ons Huis het risico dat de reële waarde van de leningen zal dalen respectievelijk stijgen als gevolg van veranderingen in de marktrente (i.c. reële waarderisico). Voor deze schulden worden geen financiële derivaten uit hoofde van veranderingen in de marktrente afgesloten.

De reële waarde van de in de balans en niet in de balans opgenomen financiële instrumenten van de groep luidt als volgt:

  Boekwaarde Reële waarde
In de balans opgenomen: 2025 2024 2025 2024
Liquide middelen 4.584.395 669.290 4.584.395 669.290
Langlopende schulden 260.416.186 255.719.774 250.319.129 268.224.951
Totaal 265.000.581 256.389.064 254.903.524 268.894.241
De reële waarde van de financiële instrumenten is bepaald met behulp van beschikbare marktinformatie en schattingsmethoden. De volgende methoden en aannames zijn gebruikt bij de bepaling van de reële waarde van de financiële instrumenten:

Liquide middelen, vorderingen en kortlopende schulden

Gezien de korte looptijd van deze instrumenten benadert de boekwaarde de reële waarde.

Langlopende schulden

De reële waarde van de langlopende schulden is geschat aan de hand van de contante waarde van de toekomstige kasstromen op basis van de swapcurve inclusief risico-opslag woningcorporaties.

Toelichting op de winst- en verliesrekening 

De beheerkosten 2025 zijn als volgt verdeeld naar direct en indirect

  Totaal Waarvan direct Waarvan indirect
Lonen, salarissen, pensioen en sociale premies 5.128.189 4.468.752 659.437
Afschrijvingen 311.530 0 311.530
Huisvestingskosten 220.420 79 220.341
Overige personeelskosten 969.804 716.906 252.898
Algemene kosten 2.254.517 497.788 1.756.728
  8.884.460 5.683.525 3.200.934
De kosten zijn als volgt toegerekend aan de functies in de winst- en verliesrekening:
  Totaal Lasten verhuur en beheer- activiteiten Lasten onderhouds activiteiten Verkoop vastgoed Waarde- veranderingen vastgoedport. Overige activiteiten Overige organisatie- kosten Leefbaarheid
Directe kosten Salarissen, pensioen en sociale premies 4.468.752 1.614.080 1.189.102   298.722 33.174 493.056 840.619
Huisvestingskosten 79 47 32          
Overige personeelskosten 716.906 467.840 77.235   83.166   18.571 70.095
Algemene kosten 497.788 275.402 53.382 4.029 6.555   151.070 7.350
  5.683.525 2.357.369 1.319.750 4.029 388.443 33.174 662.697 918.064
                 
Indirecte kosten Salarissen, pensioen en sociale premies 659.437 245.015 180.308   45.048   60.857 128.209
Afschrijvingen 311.530 118.165 81.058   20.362   35.061 56.884
Huisvestingskosten 220.341 80.031 58.817   14.775   25.441 41.276
Personeelskosten 252.898 91.856 67.508   16.958   29.200 47.375
Algemene kosten 1.756.728 638.069 468.936   117.797   202.838 329.088
  3.200.934 1.173.136 856.627 0 214.940 0 353.398 602.832
Totaal 8.884.460 3.530.505 2.176.377 4.029 603.383 33.174 1.016.095 1.520.895

De directe toerekening vindt plaats op basis van kosten van betreffende fte's. De indirecte kosten zijn verdeeld op basis van de verdeling van de kosten van lonen en salarissen.

11. Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille

11.1 Huuropbrengsten 2025 2024
Woningen en woongebouwen DAEB 46.750.068 43.578.288
Woningen en woongebouwen niet-DAEB 2.367.565 2.262.262
Onroerende zaken, niet zijnde woningen DAEB 169.136 165.553
Onroerende zaken, niet zijnde woningen niet-DAEB 249.531 240.692
  49.536.300 46.246.795
Derving wegens leegstand -227.758 -246.755
Derving wegens oninbaarheid -171.898 -87.614
  49.136.644 45.912.426
De huurprijzen zijn bij aanvang van de exploitatie vastgesteld binnen de door de overheid vastgestelde grenzen. Daarna worden zij jaarlijks verhoogd in verband met de algemene jaarlijkse huurverhoging. Verder kunnen de huren verhoogd worden door aangebrachte woningverbetering en ingevolge huurharmonisatie.
De geografische onderverdeling van de netto-huuropbrengsten kan als volgt worden weergegeven:
  2025 2024
- Gemeente Apeldoorn (COROP-gebied Veluwe) 42.248.028 39.323.207
- Gemeente Zutphen (COROP-gebied Achterhoek) 7.288.272 6.923.588
  49.536.300 46.246.795
11.2 Opbrengsten servicecontracten 2025 2024
Overige goederen, leveringen en diensten 3.343.791 3.864.945
Derving wegens leegstand -29.011 -28.907
  3.314.780 3.836.038
De vergoeding voor leveringen en diensten is gebaseerd op de geraamde kosten en wordt jaarlijks, indien noodzakelijk, aangepast.
De opbrengsten servicecontracten (en ook de kosten) nemen af doordat met ingang van 2025 hieruit BTW wordt afgedragen en verrekend, maar ook doordat energiekosten lager waren.
11.3 Lasten servicecontracten 2025 2024
Gas 1.104.303 1.532.497
Electra 523.694 699.602
Water 100.123 191.239
Schoonmaak 799.908 754.904
Tuinonderhoud 205.174 195.393
Service- en rioolfonds 341.815 326.547
Huismeester 91.687 71.137
Overige -2.793 -81.294
  3.163.911 3.690.025
De bedragen die in rekening worden gebracht voor levering en diensten, en overige onroerende en roerende zaken zijn gebaseerd op de werkelijke c.q. geraamde kosten. Zij worden jaarlijks, indien noodzakelijk, aangepast. Jaarlijks vindt afrekening plaats met de huurders met betrekking tot de leveringen en diensten over het voorgaande jaar.
11.4 Lasten verhuur en beheeractiviteiten 2025 2024
Toegerekende organisatiekosten 3.489.112 3.242.110
De toegerekende organisatiekosten aan verhuur en beheeractiviteiten volgen uit de kostenverdeelstaat. Daarin worden de organisatiekosten, welke onder andere bestaan uit lonen en salarissen en overige bedrijfskosten, op basis van een interne inschatting van de urenbesteding naar activiteiten verdeeld. Hierbij wordt in hoofdlijnen onderscheid gemaakt naar exploitatie, projectontwikkeling, verkoop en leefbaarheid.
Lonen en salarissen 2025 2024
Lonen en salarissen 3.933.200 3.907.875
Sociale lasten 713.339 628.141
Pensioenen 481.651 434.233
Overige personeelskosten (incl. inhuur derden) 969.804 889.157
  6.097.994 5.859.406
Het aantal personeelsleden (FTE's) ultimo 2025 bedroeg 58,08 (2024: 58,13), er zijn geen medewerkers werkzaam in het buitenland. Het gemiddeld aantal werknemers in 2025 was 67,0.
De uitsplitsing naar organisatie-onderdeel ultimo 2025 is als volgt (in fte):
Directie 1,00
Staf (HRM, Control en secretariaat) 3,06
Klant 15,30
Buurtregie 14,33
Vastgoed en Projecten 14,56
Bedrijfsvoering en Financiën 9,83

Pensioenlasten:

De gehanteerde pensioenregeling van Ons Huis is ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). De belangrijkste kenmerken van deze pensioenregeling zijn: - er is sprake van een ouderdoms- en nabestaandenpensioen, - er is sprake van een middelloonregeling, - de pensioen(richt)leeftijd is 68 jaar, - de regeling kent een partner- en wezenpensioen, waarbij het partner- en wezenpensioen is verzekerd door middel van een opbouwregeling (uitkeringsovereenkomst). Voor het ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen stelt het bestuur van het pensioenfonds jaarlijks een premie vast. Deze is momenteel vastgesteld op 27% van de pensioengrondslag gecorrigeerd met de deeltijdfactor.
- Als de middelen van het pensioenfonds het toelaten, zal het bestuur van het pensioenfonds de ingegane pensioenen en de premievrije aanspraken van gewezen deelnemers aanpassen overeenkomstig de consumentenprijsindex voor alle huishoudens. Voor actieve deelnemers geldt dat het bestuur streeft naar verhoging met de loonontwikkeling van de branche Woningcorporaties. De toeslagverlening is voorwaardelijk. Er is geen recht op toeslagverlening en het is voor de langere termijn niet zeker of en in hoeverre toeslagverlening zal plaatsvinden. Het bestuur van het pensioenfonds beslist evenwel jaarlijks in hoeverre pensioenuitkeringen en pensioenaanspraken worden aangepast.

De belangrijkste kenmerken van de uitvoeringsovereenkomst zijn: - deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds is verplicht gesteld voor de werknemers en bestuurders van de toegelaten instelling, - de toegelaten instelling is uitsluitend verplicht tot betaling van de vastgestelde premies. In geen geval bestaat een verplichting tot bijstorting, - er is geen sprake van recht op teruggave/premiekorting.

De (maand)dekkingsgraad van SPW bedraagt ultimo 2025 143,1 (ultimo 2024: 128,8%). De beleidsdekkingsgraad bedraagt ultimo 2025 134,9% (ultimo 2024 130,3%). Met deze beleidsdekkingsgraad voldoet het pensioenfonds aan de minimaal vereiste 104,2% die is voorgeschreven door De Nederlandse Bank (DNB). Er is daarom geen sprake van een dekkingstekort. De dekkingsgraad is ook hoger dan de vereiste dekkingsgraad van 126,1%. Er is daarom ook geen sprake van een reservetekort.

Het bestuur van het pensioenfonds heeft in 2024 besloten de opgebouwde aanspraken van (gewezen) deelnemers en de ingegane pensioenen per 1 januari 2025 te verhogen met een gedeeltelijke toeslag. Er was ruimte voor een gedeeltelijke toeslag omdat de beleidsdekkingsgraad per eind augustus 2024 hoger was dan 110%. Voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden was de ambitie van het fonds 2,70% (stijging van de prijzen in de periode van juli 2023 tot en met juli 2024) en is een toeslag verleend van 2,00%. Voor actieve deelnemers was de ambitie van het fonds 10,0% (cao-verhogingen in de sector in de periode van 31 juli 2023 tot en met 31 juli 2024) en is een toeslag verleend van 7,41%.

Pensioenen

De gehanteerde pensioenregeling van Ons Huis is ondergebracht bij een bedrijfstakpensioenfonds. De hieruit voortvloeiende pensioenverplichtingen worden gewaardeerd volgens de “verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering‟. In deze benadering wordt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last in de winst-en-verliesrekening verantwoord. Te betalen premie dan wel de vooruitbetaalde premie per jaareinde wordt als overlopend passief respectievelijk overlopend actief verantwoord.
Een pensioenvordering uit hoofde van aanwezige overschotten bij de pensioenuitvoerder wordt opgenomen als Ons Huis beschikkingsmacht heeft over het overschot, het waarschijnlijk is dat het tot toekomstige economische voordelen voor Ons Huis leidt en het betrouwbaar kan worden vastgesteld. Een pensioenoverschot wordt op dezelfde wijze gewaardeerd als een voorziening.
 
Behalve de betaling van premies heeft Ons Huis geen verdere verplichtingen uit hoofde van genoemde pensioenregeling. Ons Huis heeft in geval van een tekort bij het bedrijfstakpensioenfonds geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen anders dan hogere toekomstige premies.

Accountantskosten

De ten laste van het boekjaar gebrachte kosten van de externe accountant (BDO) zijn als volgt:
Accountantskosten 2025 2024
Onderzoek naar de jaarrekening 135.753 113.758
Andere controleopdrachten 14.111 10.890
  149.864 124.648
Het honoraria 2025 heeft met name betrekking op het onderzoek van de jaarrekening over het boekjaar 2025 ongeacht of de werkzaamheden reeds gedurende het boekjaar zijn verricht.
Afschrijvingen 2025 2024
Activa ten dienste van de exploitatie 303.658 314.908
De afschrijvingen zijn via de kostenverdeelstaat toegerekend aan de verschillende activiteiten.
11.5 Lasten onderhoudsactiviteiten 2025 2024
De specificatie van de onderhoudskosten is als volgt:    
a. Jaarlijks onderhoud    
- Reparatieverzoeken 1.645.282 2.104.139
- Mutatieonderhoud 2.136.427 2.470.229
- Door te berekenen onderhoud 222.018 363.518
Totaal kosten jaarlijks onderhoud 4.003.727 4.937.886
- Hierin begrepen kosten eigen dienst -250.144 -212.130
- Doorberekend onderhoud -215.700 -186.673
Totaal onderhoud derden 3.537.883 4.539.083
b. Planmatig onderhoud 16.619.075 12.969.782
  20.156.958 17.508.865
c. Toegerekende organisatiekosten 2.176.378 2.195.457
  22.333.336 19.704.322
11.6 Overige directe operationele exploitatielasten 2025 2024
Belastingen en verzekeringen 2.577.845 2.432.482
Bijdragen in verenigingen van eigenaren 125.907 94.528
Bijdrage huurcommissie 35.229 26.363
Overige exploitatiekosten 483.984 374.297
  3.222.965 2.927.670

12. Netto resultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling

12.1 Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling 2025 2024
De omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling, heeft betrekking op de volgende projecten:    
Parkeerplek Sparta-Luce 5.000 0
12.2 Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling 2025 2024
Uitgaven verkocht vastgoed in ontwikkeling: 5.126 0
12.3 Toegerekende organisatiekosten 2025 2024
De toegerekende organisatiekosten 0 0

13. Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedport.

Voor het verkochte DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie is de boekwaarde de marktwaarde in verhuurde staat.

13.1 Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 2025 2024
Verkoop DAEB vastgoed in exploitatie 0 -250
Verkoop niet-DAEB vastgoed in exploitatie 400.877 0
  400.877 -250
13.2 Toegerekende organisatiekosten 2025 2024
Verkoop teruggekochte woningen VOV 4.029 3.884
13.3 Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille 2025 2024
Marktwaarde verkocht DAEB vastgoed in exploitatie 0 0
Marktwaarde verkocht niet-DAEB vastgoed in exploitatie 319.192 0
  319.192 0
     
Verkoop DAEB vastgoed in exploitatie 2025 2024
Bruto opbrengst verkopen 0 0
Af: kosten in verband met verkoop 0 -250
Netto opbrengst 0 -250
Marktwaarde verkochte vastgoedportefeuille 0 0
  0 -250
Er is geen woning verkocht (2024: geen).
Verkoop niet-DAEB vastgoed in exploitatie 2025 2024
Bruto opbrengst verkopen 415.000 0
Af: kosten in verband met verkoop -14.123 0
Netto opbrengst 400.877 0
Marktwaarde verkochte vastgoedportefeuille -319.192 0
  81.685 0
Er is 1 woning verkocht (2024: geen).
Verkoop teruggekochte woningen VOV 2025 2024
Bruto opbrengst verkopen 0 0
Af: kosten in verband met verkoop 0 0
Netto opbrengst 0 0
Toegerekende organisatiekosten -4.029 -3.884
Terugkoopprijs woningen VOV 0 0
  -4.029 -3.884

14. Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

14.1 Overige waardeveranderingen vastgoed- 2025 2024
Geactiveerde organisatiekosten 411.426 414.333
Toegerekende organisatiekosten -603.383 -661.803
Afwaardering/terugname onrendabel deel DAEB vastgoed in ontw. -1.003.432 1.099.558
Onrendabel deel woningverbeteringen -5.352.841 -7.865.054
  -6.548.230 -7.012.966
     
14.2 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen 2025 2024
Waardeveranderingen DAEB vastgoed in exploitatie 56.290.332 64.776.980
Waardeveranderingen niet-DAEB vastgoed in exploitatie 2.484.983 4.903.645
  58.775.315 69.680.625
     
14.3 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen 2025 2024
voorwaarden    
Waardeveranderingen woningen v.o.v. 737.395 1.670.429
Waardeveranderingen terugkoopverplichtingen v.o.v. -680.102 -1.476.520
  57.293 193.909
     
14.4 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen 2025 2024
vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop    
Mutatie afwaardering onderhanden werk / voorraad -70.408 817.133
     

15. Netto resultaat overige activiteiten

15.1 Opbrengst overige activiteiten 2025 2024
Administratieve dienstverlening 33.174 31.965
15.2 Kosten overige activiteiten 2025 2024
Bijdragen en verrekeningen exploitatieresultaat BWSA 405.427 -204.902
De toegerekende organisatiekosten aan overige    
activiteiten volgen uit de kostenverdeelstaat. 33.174 31.965
  438.601 -172.937

16.  Overige organisatiekosten

  2025 2024
Toegerekende organisatiekosten 1.016.096 983.261
Obligoheffing 68.738 71.742
Bijdrageheffing Aw 39.951 35.474
Taxatiekosten 9.458 7.588
  1.134.243 1.098.065
Dit betreffen kosten van niet direct aan activiteiten toe te rekenen organisatieonderdelen, zoals RvC, directeur-bestuurder, control, accountant en taxateur.

17.  Leefbaarheid

  2025 2024
De leefbaarheidskosten laten zich uitsplitsen als zijnde:    
Bewonersinititatieven 9.900 3.301
Fysieke maatregelen 90.502 52.937
Bevordering bewonersparticipatie 32.899 13.612
Extra schoonmaakkosten 26.920 27.201
Expl.kst huismeesterskantoren 16.186 9.910
Overige kosten leefbaarheid 46.887 50.204
Markttechnisch maatregelen vastgoed 17.374 68.385
Toegerekende organisatiekosten 1.413.111 1.301.169
  1.653.779 1.526.719

18. Saldo financiële baten en lasten

18.1 Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 2025 2024
Rekening-courant banken 9.547 2.899
Geactiveerde rente 65.652 233.819
Overige ontvangen renten 1.790 3.332
  76.989 240.050
18.2 Rentelasten en soortgelijke kosten 2025 2024
Leningen overheid en kredietinstellingen 8.590.965 8.390.450
Vrijval agio Vestialening -66.782 -66.427
Kosten geldleningen 67.583 63.214
Overige verschuldigde rente 869 1.659
  8.592.635 8.388.896

19. Belastingen

Schattingen

De acute en latente belastingen in de jaarrekening zijn bepaald met inachtneming van de fiscale regels volgens de door de sector met de belastingdienst gemaakte afspraken (Vaststellingsovereenkomst I en II) en specifiek gemaakte afspraken zoals over het onderscheid tussen onderhoudskosten en verbeteringen, de toerekenbare kosten inzake projectontwikkeling en de inschatting van het op basis van een fiscale winstplanning naar verwachting te verrekenen deel van beschikbare fiscale verliezen. Eerst bij de aangifte zal blijken of en in hoeverre de fiscus de door de groep gevolgde standpunten zal overnemen en accorderen. Om die reden kan de in de jaarrekening bepaalde acute en latente belasting achteraf nog aan veranderingen onderhevig zijn. De aangiften tot en met fiscaal jaar 2021 zijn definitief door de fiscus opgelegd. Genoemde Vaststellingsovereenkomst II is per 1 januari 2023 opgezegd door de belastingdienst. Verwacht wordt dat de impact hiervan op de fiscaliteit van Ons Huis en de verwerking in de jaarrekening beperkt is.

Belastingdruk winst- en verliesrekening   2025 2024
       
Toelichting belastingen:      
Resultaat voor belastingen   60.824.505 73.290.176
Aandeel in resultaat deelneming voor belastingen   996.496 722.284
Totaal resultaat voor belastingen   61.821.001 74.012.460
Fiscale correctie:      
- niet gerealiseerde waardeveranderingen   -58.775.315 -69.680.625
- afwaarderingen   742.425 -1.585.366
- niet gerealiseerde waardeverandering deelneming   -869.418 -683.886
- onrendabele investeringen   5.352.841 7.865.054
- fiscaal verlies GREX Podium   0 -1.697.427
- fiscaal correctie afschrijving deelneming   250.406 356.655
- dotatie HIR   0 0
- afschrijving activa in exploitatie   -318.553 -241.619
- niet aftrekbare rente (ATAD)   4.922.434 5.248.188
- MIA   -1.574.012 0
- overige   -119.298 -548.956
Totaal fiscale correcties   -50.388.490 -60.967.982
       
Belastbaar resultaat   11.432.511 13.044.478
       
Over boekjaar te betalen belasting -2.092.443    
Belasting verrekend met latentie te verr verliezen -843.532    
Totaal belasting over belastbaar resultaat   -2.935.975 -3.351.876
Wijziging belasting 2022   0 13.571
Wijziging belasting 2023   -4.239 51.169
Wijziging belasting 2024   -44.002 0
Mutatie latentie afschrijvingspotentieel   -146.408 68.652
Mutatie latentie te verrekenen verliezen   24.158 231.472
Mutatie latentie leningen   -40.897 -41.199
Mutatie passieve latentie onderhoudsvoorziening   -78.457 106.970
Belastingdruk boekjaar   -3.225.820 -2.921.241
Dit bedrag is voor een deel verwerkt in de latente vordering vennootschapsbelasting in verband met te verrekenen verliezen.

Belastingtarief

Het toepasselijk (wettelijk) belastingtarief bedraagt 25,8% (2024: 25,8%). Het effectief belastingpercentage is 5,2% (2024: 3,9%). Het verschil tussen het wettelijke en het effectieve belastingtarief ontstaat door verschillen tussen het commerciële en fiscale resultaat die niet tot uitdrukking zijn gebracht in de vorm van latenties. Bijvoorbeeld de waardeveranderingen van het vastgoed in het commerciële resultaat.

20. Aandeel in resultaat van deelnemingen

  2025 2024
     
Resultaat CV Heyendaal 996.496 722.284

Bestemming van het resultaat 2025

Het resultaat wordt met goedkeuring van de Raad van Commissarissen toegevoegd aan de overige reserves.

Gescheiden verantwoording DAEB / niet-DAEB

GESCHEIDEN BALANS PER 31 DECEMBER 2025

  2025 2024
A C T I V A DAEB Niet-DAEB DAEB Niet-DAEB
         
VASTE ACTIVA        
         
VASTGOEDBELEGGINGEN        
DAEB vastgoed in exploitatie 1.099.385.927 0 1.035.259.824 0
niet-DAEB vastgoed in exploitatie 0 60.835.117 0 58.669.326
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 5.968.734 8.949.326 5.898.614 8.822.037
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 1.285.907 0 5.230.244 0
Sub-totaal 1.106.640.568 69.784.443 1.046.388.682 67.491.363
         
MATERIËLE VASTE ACTIVA        
Onroerende en roerende zaken ten dienste        
van de exploitatie 1.451.203 0 1.730.744 0
Sub-totaal 1.451.203 0 1.730.744 0
         
FINANCIËLE VASTE ACTIVA        
Aandelen, certificaten van aandelen en andere vormen        
van deelneming in groepsmaatschappijen 57.064.968 0 53.912.736 0
Andere deelnemingen 10.761.214 0 10.004.718 0
Latente vordering vennootschapsbelasting 1.381.074 0 2.387.753 0
Vorderingen op groepsmaatschappijen 8.100.000 3.700.000 8.750.000 3.700.000
Sub-totaal 77.307.256 3.700.000 75.055.207 3.700.000
         
TOTAAL VASTE ACTIVA 1.185.399.027 73.484.443 1.123.174.633 71.191.363
         
VLOTTENDE ACTIVA        
         
VOORRADEN        
Vastgoed bestemd voor verkoop 0 428.765 0 75.210
Overige voorraden 0 0 0 255
Sub-totaal 0 428.765 0 75.465
         
VORDERINGEN        
Huurdebiteuren 197.468 0 170.270 0
Overheid 12.968 0 35.171 0
Vorderingen groepsmaatschappijen 240.000 0 240.000 0
Belastingen en premies sociale verzekering 6.371 0 1.274.038 0
Overige vorderingen 461.985 0 78.306 0
Overlopende activa 225.498 0 445.292 0
Sub-totaal 1.144.290 0 2.243.077 0
         
LIQUIDE MIDDELEN 4.363.629 220.766 436.593 234.044
         
TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA 5.507.919 649.531 2.679.670 309.509
         
Totaal generaal 1.190.906.946 74.133.974 1.125.854.303 71.500.872
  2025 2024
P A S S I V A DAEB Niet-DAEB DAEB Niet-DAEB
         
EIGEN VERMOGEN        
Herwaarderingsreserve 675.599.350 25.650.594 623.180.361 23.457.333
Wettelijke en statutaire reserves 2.761.214 0 2.004.718 0
Overige reserves 165.153.449 28.262.142 147.237.715 24.236.392
Resultaat boekjaar 58.595.181 3.152.232 71.091.219 6.219.011
TOTAAL EIGEN VERMOGEN 902.109.194 57.064.968 843.514.013 53.912.736
         
VOORZIENINGEN        
Voorziening onrendabele investeringen 3.696.370 0 2.021.975 0
Voorziening latente belastingverplichtingen 2.928.092 0 2.849.635 0
Overige voorzieningen 105.252 0 110.875 0
TOTAAL VOORZIENINGEN 6.729.714 0 4.982.485 0
         
         
LANGLOPENDE SCHULDEN        
Schulden aan overheid 7.900.000 0 7.900.000 0
Schulden aan banken 246.653.498 0 245.240.638 0
Terugkoopverplichting vastgoed        
verkocht onder voorwaarden 4.917.655 8.952.707 4.908.409 8.821.837
Schulden aan groepsmaatschappijen 3.700.000 8.100.000 3.700.000 8.750.000
Overige schulden 55.666 16.299 51.631 16.299
TOTAAL LANGLOPENDE SCHULDEN 263.226.819 17.069.006 261.800.678 17.588.136
         
         
         
KORTLOPENDE SCHULDEN        
Schulden overheid 134.226 0 134.226 0
Schulden aan leveranciers 2.177.798 0 3.155.458 0
Belastingen en premies sociale verzekering 1.525.275 0 2.418.812 0
Schulden aan banken 10.698.429 0 7.290.535 0
Overlopende passiva 4.305.491 0 2.558.096 0
TOTAAL KORTLOPENDE SCHULDEN 18.841.219 0 15.557.127 0
         
         
Totaal generaal 1.190.906.946 74.133.974 1.125.854.303 71.500.872

GESCHEIDEN WINST- EN VERLIESREKENING OVER 2025

  2025 2024
  DAEB Niet-DAEB DAEB Niet-DAEB
                 
11.1 Huuropbrengsten 46.509.671   2.626.973   43.420.588   2.491.838  
11.2 Opbrengsten servicecontracten 3.125.275   189.505   3.623.123   212.915  
11.3 Lasten servicecontracten -2.984.160   -179.751   -3.489.559   -200.466  
11.4 Lasten verhuur en beheeractiviteiten -3.246.349   -242.763   -3.025.979   -216.131  
11.5 Lasten onderhoudsactiviteiten -21.512.123   -821.213   -18.911.849   -792.473  
11.6 Overige directe operationele exploitatielasten -3.038.653   -184.312   -2.633.039   -294.631  
11. Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille   18.853.661   1.388.439   18.983.285   1.201.052
                 
12.1 Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling 0   5.000   0   0  
12.2 Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling 0   -5.126   0   0  
12.3 Toegerekende organisatiekosten 0   0   0   0  
12. Netto resultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling   0   -126   0   0
                 
13.1 Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 0   400.877   -250   0  
13.2 Toegerekende organisatiekosten -2.014   -2.015   -1.942   -1.942  
13.3 Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille 0   -319.192   0   0  
13. Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedport.   -2.014   79.670   -2.192   -1.942
                 
14.1 Overige waardeveranderingen vastgoed port. -6.517.849   -30.381   -6.827.062   -30.381  
14.2 Niet-gereal. waardeverand. vastgoed port. 56.290.332   2.484.983   64.776.980   4.903.645  
14.3 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen                
vastgoedportefeuille verkocht onder voorw. 53.712   3.581   193.863   46  
14.4 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen                
vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop 0   -70.408   0   817.133  
14. Waardeveranderingen vastgoedportefeuille   49.826.195   2.387.775   58.143.781   5.690.443
                 
15.1 Opbrengst overige activiteiten 0   33.174   0   31.965  
15.2 Kosten overige activiteiten -405.427   -33.174   0   -31.965  
15. Netto resultaat overige activiteiten   -405.427   0   0   0
                 
16.  Overige organisatiekosten   -1.063.546   -70.697   -1.032.201   -65.864
17.  Leefbaarheid   -1.650.595   -3.184   -1.522.736   -3.983
                 
Bedrijfsresultaat   65.558.274   3.781.877   74.569.937   6.819.706
                 
18.1 Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 439.464   650   711.754   3.050  
18.2 Rentelasten en soortgelijke kosten -8.592.470   -363.290   -8.388.896   -425.375  
18. Saldo financiële baten en lasten   -8.153.006   -362.640   -7.677.142   -422.325
                 
Resultaat voor belastingen   57.405.268   3.419.237   66.892.795   6.397.381
                 
19. Belastingen   -2.958.815   -267.005   -2.742.871   -178.370
                 
Resultaat na belastingen   54.446.453   3.152.232   64.149.924   6.219.011
                 
20. Aandeel in resultaat van deelnemingen   4.148.728   0   6.941.295   0
                 
Resultaat na belastingen   58.595.181   3.152.232   71.091.219   6.219.011

GESCHEIDEN KASSTROOMOVERZICHT 2025

  2025 2024
  DAEB Niet-DAEB DAEB Niet-DAEB
Operationele activiteiten                
Ontvangsten:                
Huurontvangsten 47.062.000   2.618.000   43.623.000   2.496.000  
Vergoedingen 3.256.000   190.000   3.171.000   193.000  
Overige bedrijfsontvangsten 229.000   4.000   236.000   2.000  
Ontvangen interest 373.000   0   431.000   0  
Saldo ingaande kasstromen   50.920.000   2.812.000   47.461.000   2.691.000
                 
Uitgaven:                
Betalingen aan werknemers 5.481.000   336.000   5.363.000   291.000  
Onderhoudsuitgaven 19.821.000   670.000   17.183.000   646.000  
Overige bedrijfsuitgaven 9.069.000   490.000   7.923.000   602.000  
Betaalde interest 8.467.000   363.000   8.297.000   426.000  
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat 109.000   0   107.000   0  
Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden 218.000   0   198.000   0  
Vennootschapsbelasting 606.000   267.000   1.535.000   178.000  
Saldo uitgaande kasstromen   43.771.000   2.126.000   40.606.000   2.143.000
Kasstroom uit operationele activiteiten   7.149.000   686.000   6.855.000   548.000
                 
(Des)investeringsactiviteiten                
MVA ingaande kasstroom                
Verkoopontvangsten bestaande huur 0   408.000   28.000   0  
Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV) 0   0   0   0  
Verkoopontvangsten nieuwbouw 0   5.000   0   0  
Verkoopontvangsten grond 134.000   0   11.000   1.086.000  
(Des)Investeringsontvangsten overig 0   0   0   0  
Tussentelling ingaande kasstroom MVA   134.000   413.000   39.000   1.086.000
                 
MVA uitgaande kasstroom                
Nieuwbouw huur 3.287.000   0   14.017.000   0  
Verbeteruitgaven 5.393.000   20.000   5.391.000   8.000  
Aankoop 237.000   83.000   2.995.000   75.000  
Nieuwbouw verkoop 0   0   0   0  
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop 0   359.000   0   0  
Sloopuitgaven 0   0   0   0  
Investeringen overig 25.000   0   216.000   0  
Tussentelling MVA uitgaande kasstroom   8.942.000   462.000   22.619.000   83.000
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA   -8.808.000   -49.000   -22.580.000   1.003.000
                 
FVA                
Ontvangsten verbindingen 240.000   0   240.000   0  
Ontvangsten overig 650.000   0   1.500.000   0  
Uitgaven verbindingen 0   0   0   0  
Uitgaven overig 0   0   0   -500.000  
Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA   890.000   0   1.740.000   -500.000
                 
Kasstroom uit (des)investeringen   -7.918.000   -49.000   -20.840.000   503.000
                 
Financieringsactiviteiten                
Ingaand                
Nieuwe te borgen leningen 17.000.000   0   13.000.000   0  
Nieuwe ongeborgde leningen 0   0   500.000   0  
          0   0  
Uitgaand         0   0  
Aflossing geborgde leningen -12.304.000   0   -294.000   0  
Aflossing ongeborgde leningen 0   -650.000   0   -1.500.000  
                 
Kasstroom uit financieringsactiviteiten   4.696.000   -650.000   13.206.000   -1.500.000
                 
Wijziging kortgeld       0   0   0
                 
Mutatie liquide middelen   3.927.000   -13.000   -779.000   -449.000
                 
Liquide middelen per 1 januari   437.000   234.000   1.216.000   683.000
Liquide middelen per 31 december   4.364.000   221.000   437.000   234.000

Bezoldiging van (ex-)bestuurders en (ex-)commissarissen

Bestuurders

De bezoIdiging van de huidige en gewezen bestuurders bestaat uit periodiek betaaIde beIoningen (zoaIs saIarissen, doorbetaIing bij ziekte en vakantie,sociaIe premies, presentiegeIden, kostenvergoedingen en ter beschikking steIIing van een auto), beIoningen betaaIbaar op termijn (zoaIs pensioenIasten, sabbaticaI Ieave, jubiIeumuitkeringen, VUT- en prepensioenuitkeringen), uitkeringen bij beëindiging van het dienstverband en bonusbetaIingen.
De bezoIdiging van de huidige en gewezen bestuurders die in het boekjaar ten Iaste van Ons Huis en haar dochter- en groepsmaatschappijen is gekomen bedraagt € 205.990 (2024: € 182.500) en is naar individueIe bestuurder aIs voIgt gespecificeerd (in euro's):

  A.Jongstra
  2025 2024
Periodiek betaaIde beIoning 182.579 158.750
BeIoning betaaIbaarop termijn 23.411 23.750
TotaaI 205.990 182.500

Commissarissen

De bezoIdiging van huidige en gewezen commissarissen die in het boekjaar ten Iaste van Ons Huis en haar dochter- en groepsmaatschappijen is gekomen bedraagt € 78.704 (2024: € 74.502) en is naar individueIe commissaris aIs voIgt gespecificeerd (in euro's):

    Bezoldiging
    2025 2024
Voorzitter ir. B. van der Veen 0 5.207
Lid A.E.M. Sommerdijk MBA QC RB 0 3.355
Voorzitter Drs. D.H. Dondertman RA 22.000 15.620
Lid Drs. D.H. Dondertman RA 0 3.355
Lid Drs. G.P. Oosterman CMC 14.176 13.419
Lid M.L. Niewold 14.176 13.419
Lid J.L.M. Maas 14.176 10.064
Lid H. Schuurman 14.176 10.064
Totaal (excl. BTW) 78.704 74.502

Er zijn geen beIangrijke overige bepaIingen betreffende de vorderingen op de bestuurders en commissarissen.
Er zijn geen Ieningen, voorschotten of garanties door Ons Huis aan bestuurders en commissarissen verstrekt.
Deze toeIichting bezoIdiging bestuurders en commissarissen is opgenomen in Iijn met BW2 TiteI 9 (art. 2:383 BW).

WNT-verantwoording 2025 Ons Huis Apeldoorn

De WNT is van toepassing op Ons Huis. Het voor Ons Huis toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2025 € 206.000 (het bezoldigingsmaximum voor de woningcorporaties, Klasse F).
WNT tabellen en paragrafen die niet in deze verantwoording zijn opgenomen, zijn niet van toepassing.

Gegevens 2025  
Bedragen x € 1 drs. A. Jongstra
Functiegegevens Directeur-bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2025 01-01 t/m 31-12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,000
Dienstbetrekking? ja
   
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoeding 182.579
Beloningen betaalbaar op termijn 23.411
Subtotaal 205.990
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 206.000
Onverschuldigd betaald en nog niet terug ontvangen bedrag 0
Bezoldiging 205.990
   
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t.
Gegevens 2024  
Bedragen x € 1 drs. A. Jongstra
Functiegegevens Directeur-bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01-01 t/m 31-12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 0,936
Dienstbetrekking? ja
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoeding 158.750
Beloningen betaalbaar op termijn 23.750
Sub totaal 182.500
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 182.500
Bezoldiging 182.500

1 c. Toezichthoudende topfunctionarissen

Gegevens 2025          
Bedragen x € 1 Drs. D.H. Dondertman RA Drs. G.P. Oosterman CMC M.L. Niewold J.L.M. Maas H. Schuurman
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2025 01-01 t/m 31-12 01-01 t/m 31-12 01-01 t/m 31-12 01-01 t/m 31-12 01-01 t/m 31-12
Bezoldiging          
Bezoldiging 22.000 14.176 14.176 14.176 14.176
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 30.900 20.600 20.600 20.600 20.600
Onverschuldigd betaald en nog niet terug ontvangen bedrag 0 0 0 0 0
Bezoldiging 22.000 14.176 14.176 14.176 14.176
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Gegevens 2024                
Bedragen x € 1 Drs. D.H. Dondertman RA Drs. D.H. Dondertman RA Drs. G.P. Oosterman CMC M.L. Niewold J.L.M. Maas H. Schuurman    
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid Lid Lid Lid    
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01-04 t/m 31-12 01-01 t/m 31-03 01-01 t/m 31-12 01-11 t/m 31-12 01-04 t/m 31-12 01-04 t/m 31-12    
Bezoldiging                
Bezoldiging 15.620 3.355 13.419 13.419 10.064 10.064    
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 21.977 4.848 19.500 19.500 14.652 14.652    

Overige rapportageverpIichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2025 een bezoIdiging boven het individueeI toepasseIijke drempeIbedrag hebben ontvangen.

Ondertekening van de jaarrekening 

Bestuur

De jaarrekening van Ons Huis, Woningstichting is opgesteId door het bestuur op 13 mei 2026.

Naam:
Drs. A. Jongstra
Functie:
Directeur-bestuurder

Raad van Commissarissen

De jaarrekening is vastgesteId door de Raad van Commissarissen op 13 mei 2026.

Naam:
Drs. D.H. Dondertman RA
Functie:
Voorzitter
Naam:
J.L.M. Maas
Functie:
Lid
Naam:
M.L. NiewoId
Functie:
Lid
Naam:
Drs. G.P. Oosterman CMC
Functie:
Lid
Naam:
H. Schuurman
Functie:
Lid

Overige gegevens

Statutaire regeling betreffende de bestemming van het resultaat

In de statuten van Ons Huis zijn geen bepalingen opgenomen over de resultaatbestemming.

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Aan: de raad van commissarissen van Ons Huis, Woningstichting

Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2025

Ons oordeel
Wij hebben de jaarrekening 2025 van Ons Huis, Woningstichting te Apeldoorn gecontroleerd.

Naar ons oordeel geeft de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Ons Huis, Woningstichting op 31 december 2025 en van het resultaat over 2025 in overeenstemming met de vereisten voor de jaarrekening bij en krachtens artikel 35 van de Woningwet en de Wet normering topinkomens(WNT).

De jaarrekening bestaat uit:
1.   de balans per 31 december 2025;
2.  de winst- en verliesrekening over 2025; en
3.   de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.

De basis voor ons oordeel
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol WNT 2025 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.

Wij zijn onafhankelijk van Ons Huis, Woningstichting zoals vereist in de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang, de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). 

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Informatie ter ondersteuning van ons oordeel

Wij hebben onze controlewerkzaamheden bepaald in het kader van de jaarrekeningcontrole als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover. Onderstaande informatie ter ondersteuning van ons oordeel en onze bevindingen moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of conclusies.

Materialiteit
Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 20,9 miljoen. De materialiteit is gebaseerd op 1,75% van de totale activa. Op basis van onze professionele oordeelsvorming hanteren wij een lager materialiteitsniveau dan voor de jaarrekening als geheel voor de in de jaarrekening verantwoorde(operationele) transactiestromen, inclusief hun hoedanigheid van zowel resultaatstromen als kasstromen, waarbij sprake is van een onderliggende ingaande dan wel uitgaande kasstroom. Dit lagere materialiteitsniveau is vastgesteld op € 0,9 miljoen hetgeen gebaseerd is op 1,75% van het (genormaliseerd) totaal van huuropbrengsten, opbrengsten service contracten en verkoopopbrengsten. Daarnaast wordt voor de beleidswaarde een specifieke materialiteit gehanteerd die is bepaald op € 12,7 miljoen en is gebaseerd op 1,75% van het totaal van de activa indien gebaseerd op de beleidswaarde.

Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT 2025.

Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn.

Wij zijn met de raad van commissarissen overeengekomen dat wij aan de raad tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven € 1.045.000 respectievelijk afwijkingen qua transactiestromen boven € 45.000 en afwijkingen in de beleidswaarde boven € 635.000 rapporteren, alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve of WNT-redenen relevant zijn.

Controleaanpak continuïteit
Het bestuur van Ons Huis, Woningstichting heeft een beoordeling gemaakt van de mogelijkheid van de toegelaten instelling om haar continuïteit te handhaven. Hiertoe heeft het bestuur onder andere een meerjarenbegroting opgesteld (de prospectieve informatie). Daarnaast heeft het bestuur op basis van de jaarrekening 2025 ratio’s berekend die gebaseerd zijn op het gezamenlijk beoordelingskader van het Waarborgfonds van de Sociale Woningbouw (WSW) en de Autoriteit Woningcorporaties (Aw), deze ratio’s getoetst aan de door beide toezichthouders gestelde normen en beoordeeld of sprake is van mogelijke continuïteitsrisico’s.Op basis hiervan concludeert het bestuur (zoals toegelicht in hoofdstuk ‘4. Financiële continuïteit’ van het bestuursverslag) dat de continuïteit van de stichting is gewaarborgd.

Wij hebben de volgende werkzaamheden verricht om risico’s met betrekking tot de continuïteit te identificeren en in te schatten en om vast te stellen dat de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is:

  • Wij hebben kennis genomen van de ratio’s zoals gepresenteerd in het bestuursverslag en hebben vastgesteld dat deze juist berekend zijn en dat deze voldoen aan de normen zoals bepaald door de toezichthouders.
  • Wij hebben kennis genomen van de door het bestuur opgestelde begroting en hebben vastgesteld dat op basis van de in deze begroting gehanteerde veronderstellingen en uitgangspunten voldaan wordt aan de normen zoals bepaald door de toezichthouder.
  • Verder hebben wij kennis genomen van de borgingsbrief van het WSW op basis waarvan wij hebben vastgesteld dat de in deze brief opgenomen borgingsruimte – op basis van de kasstromen volgens voornoemde door het bestuur opgestelde begroting – toereikend is.
  • Tot slot hebben wij de continuïteitsveronderstelling en onderliggende uitgangspunten besproken met het bestuur en de raad van commissarissen.

Onze controlewerkzaamheden hebben geen informatie opgeleverd die strijdig is met de veronderstellingen en aannames van het bestuur over de gehanteerde continuïteitsveronderstelling. Wij hebben geen materiële onzekerheden omtrent de continuïteit geïdentificeerd.

Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen evenwel van invloed zijn op de continuïteit van de toegelaten instelling. 

Controleaanpak frauderisico’s en naleving wet- en regelgeving
Wij hebben risico’s geïdentificeerd en ingeschat op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening van Ons Huis, Woningstichting die het gevolg is van fraude. Wij hebben tijdens onze controle inzicht verkregen in de stichting en haar omgeving, de componenten van het interne beheersingssysteem, waaronder het risico-inschattingsproces, de wijze waarop het bestuur inspeelt op frauderisico’s en het interne beheersingssysteem monitort alsmede de wijze waarop de raad van commissarissen toezicht uitoefent en de uitkomsten daarvan.

Wij verwijzen naar hoofdstuk ‘4. Financiële continuïteit - Risicomanagement’ van het jaarverslag, waarin het bestuur de risicobereidheid, risicoscore en interne beheersingsmaatregelen terzake fraude- en integriteitsrisico’s heeft opgenomen.

Wij hebben de opzet en het bestaan van de relevante aspecten van het interne beheersingssysteem geëvalueerd, waaronder bijvoorbeeld de integriteitscode, de klokkenluidersregeling, de incidentenregistratie en in het bijzonder de frauderisicoanalyse. Voor zover wij noodzakelijk achten hebben wij de werking getoetst van interne beheersmaatregelen gericht op het mitigeren van frauderisico’s.

Als onderdeel van ons proces voor het identificeren van risico’s op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening die het gevolg is van fraude, hebben wij frauderisicofactoren overwogen met betrekking tot frauduleuze financiële verslaggeving, oneigenlijke toe-eigening van activa, omkoping en corruptie. Wij hebben geëvalueerd of deze factoren een indicatie vormden voor de aanwezigheid van het risico op afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude.

In onze controle bouwen wij een element in van onvoorspelbaarheid. Ook hebben wij de uitkomst van andere controlewerkzaamheden beoordeeld en overwogen of er bevindingen zijn die aanwijzing geven voor fraude of het niet-naleven van wet- en regelgeving.

Wij hebben kennis genomen van de beschikbare informatie en om inlichtingen gevraagd bij het bestuur, het management en de raad van commissarissen. Hieruit volgden geen signalen of vermoedens van fraude die kunnen leiden tot een afwijking van materieel belang.

De door ons geïdentificeerde frauderisico’s en uitgevoerde specifieke werkzaamheden zijn als volgt:

Er is een risico dat het bestuur de maatregelen van interne beheersing doorbreekt Controlewerkzaamheden en waarnemingen
Het bestuur bevindt zich in een unieke positie om fraude te plegen, omdat het in staat is de administratieve vastleggingen te manipuleren en frauduleuze financiële overzichten op te stellen door interne beheersingsmaatregelen te doorbreken die anderszins effectief lijken te werken.
Daarom besteden wij bij al onze controles aandacht aan het risico van het doorbreken van maatregelen van interne beheersing door het bestuur bij:
- journaalposten en andere aanpassingen die tijdens het opstellen van de jaarrekening zijn gemaakt;
- schattingen en schattingsprocessen;
- significante transacties buiten het kader van de normale bedrijfsuitoefening.

Voor verdere informatie over onze controleaanpak van schattingen zoals opgenomen in de waardering van het vastgoed in exploitatie (marktwaardering en/of beleidswaarde) verwijzen wij naar de paragraaf ‘De kernpunten van onze controle’
Wij hebben:
- de opzet en het bestaan geëvalueerd van de maatregelen van interne beheersing in de processen voor het genereren en verwerken van journaalposten en het maken van schattingen, uitgaande van een risico op doorbreking van dat proces;
- het proces rondom de totstandkoming van financiële verslaggeving beoordeeld;
- specifieke aandacht gegeven aan de toegangsbeveiligingen in het IT-systeem en de mogelijkheid dat hierin functiescheiding kan worden doorbroken;
- journaalposten geselecteerd op basis van risicocriteria. Hierop zijn controlewerkzaamheden verricht, waarbij wij tevens aandacht hebben besteed aan significante transacties buiten de normale bedrijfsuitoefening;
- controlewerkzaamheden verricht ten aanzien van belangrijke schattingen van het bestuur, waaronder de waardering van het vastgoed in exploitatie;
- voorts hebben wij door het bestuur gemaakte (significante) schattingen voor de waardering van lopende projecten gecontroleerd, inclusief een retrospectieve toetsing daarop;
- de risicoparagraaf in het bestuursverslag geëvalueerd.

Onze werkzaamheden hebben niet geleid tot specifieke aanwijzingen voor fraude of vermoedens van fraude ten aanzien van het doorbreken van de interne beheersing door het bestuur.
   
   
Er is een risico op het onttrekken van middelen aan de organisatie als gevolg van het maken van (te hoge) prijsafspraken met leveranciers en mogelijk daarmee samenhangende kickbacks Controlewerkzaamheden en waarnemingen
Door het maken van (te hoge) prijsafspraken kan sprake zijn van het onrechtmatig onttrekken van middelen aan de stichting en een te hoge verantwoording van onderhouds-/projectuitgaven en kosten.

Hiermee samenhangend bestaat tevens het risico dat kickbacks zijn betaald aan medewerkers.
Wij hebben:
- de opzet en het bestaan geëvalueerd van de maatregelen van interne beheersing in de processen voor het aangaan van significante aanbestedingen/verplichtingen voor planmatig onderhouds- en nieuwbouw projecten - inclusief daarbij behorende besluitvorming middels notulen en (andere) documentatie;
- een spendanalyse uitgevoerd ter identificatie van significante crediteuren, waarbij we de marktconformiteit van de prijsvorming bij de aanbestedingen hebben getoetst;
- een spendanalyse uitgevoerd ter beoordeling van transacties met verbonden partijen;
- specifieke aandacht gegeven aan de toegangsbeveiligingen in het IT-systeem en de mogelijkheid dat hierin functiescheiding kan worden doorbroken;
- de inrichting van de betalingsorganisatie beoordeeld;
- de risicoparagraaf in het bestuursverslag, waaronder de passage omtrent fraude risico’s geëvalueerd.

Onze werkzaamheden hebben ter zake niet geleid tot specifieke aanwijzingen voor fraude of vermoedens van fraude.

Verondersteld frauderisico ten aanzien van de opbrengstenverantwoording

Op grond van onze beroepsregels gaan wij uit van een verondersteld frauderisico ten aanzien van de opbrengstenverantwoording. Bij Ons Huis, Woningstichting bestaan de opbrengsten uit:

  • Huuropbrengsten en opbrengsten servicecontracten: sprake is van een veelvoud aan kleine, vrijwel identieke transacties, die maandelijks een reguliere stroom aan inkomsten genereren, vanuit een omvangrijke groep afnemers (huurders). Het aantal transacties is hierbij gebaseerd op het aantal verhuurbare eenheden en de huurprijzen zijn gereguleerd. Gezien de huidige huizenmarkt is, afgezien van tijdelijke leegstand door huurders-mutaties, sprake van een (nagenoeg) volledige bezetting. Hierdoor is voor deze opbrengstenstroom een goede verwachting op te stellen. Hetzelfde geldt -mutatis mutandis- voor de opbrengst uit servicecontracten. Op basis hiervan hebben wij ingeschat dat terzake deze opbrengstenstromen geen risico bestaat op een afwijking van materieel belang als gevolg van fraude met betrekking tot de verantwoording van deze opbrengsten. 
  • Opbrengst verkopen vastgoed in exploitatie: De verantwoorde opbrengst van verkopen van vastgoed in exploitatie ziet toe op transacties die gedurende het verslagjaar zijn afgesloten en primair de verkoop van sociale huurwoningen aan particuliere kopers betreffen. Vanuit de Woningwet en daaruit afgeleide verdere regelgeving in Btiv, Rtiv en beleidsregels van de Autoriteit woningcorporaties zijn nadere vereisten gesteld aan deze verkopen. Deze regels vormen een onderdeel van de interne beheersingsomgeving waarin de stichting functioneert. In het kader van haar functie als toegelaten instelling is het naleven van deze wet- en regelgeving van fundamenteel belang voor de continuïteit van de corporatie en het voorkomen van sancties. Wij hebben vastgesteld dat de relevante bepalingen uit deze wet- en regelgeving bij deze verkooptransacties zijn nageleefd. Hierdoor zien wij op dit punt geen risico op een afwijking van materieel belang als gevolg van fraude.


Naleving overige wet- en regelgeving

In onze controle hebben wij werkzaamheden uitgevoerd om inzicht te krijgen in de voor toegelaten instellingen relevante wet- en regelgeving, waarvan het directe effect van materiële invloed kan zijn op verwerking in de jaarrekening. Daarbij hebben we een inschatting gemaakt van de risico’s welke samenhangen met het niet naleven van wet- en regelgeving, het materiële effect dat dit kan hebben op de jaarrekening beoordeeld en een beoordeling uitgevoerd op de interne procedures die de toegelaten instelling hanteert voor de naleving.

Wij hebben bij het bestuur, de raad van commissarissen en andere beleidsmedewerkers binnen de organisatie inlichtingen ingewonnen omtrent de naleving van de wet- en regelgeving. Verder hebben wij de correspondentie met externe toezichthouders, waaronder het WSW en de Aw geëvalueerd op mogelijke indicaties voor niet-naleving van voorschriften. 

Uit onze werkzaamheden volgden geen signalen van niet-naleving van wet- en regelgeving die kunnen leiden tot een afwijking van materieel belang.

De kernpunten van onze controle

In de kernpunten van onze controle beschrijven wij zaken die naar ons professionele oordeel het meest belangrijk waren tijdens onze controle van de jaarrekening. De kernpunten van onze controle hebben wij met de raad van commissarissen gecommuniceerd, maar vormen geen volledige weergave van alles wat is besproken. 


Waardering vastgoed in exploitatie op marktwaarde in verhuurde staat gebaseerd op de basisversie Onze controleaanpak en observaties
Het vastgoed in exploitatie bedraagt per 31 december 2025 € 1.160 miljoen wat neerkomt op 97% van het balanstotaal van Ons Huis, Woningstichting.

Het vastgoed in exploitatie moet volgens de Woningwet worden gewaardeerd op marktwaarde in verhuurde staat. Ons Huis, Woningstichting past hierbij de basisversie van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ toe als toegelicht op pagina 114-115 van de jaarrekening. De basisversie is een modelmatige waardebepaling zonder directe betrokkenheid van een taxateur, waarbij de validatie van het handboek van voorgaand jaar belangrijk is om te waarborgen dat deze op portefeuilleniveau toepasbaar is gegeven de specifieke kenmerken van het bezit van de woningcorporatie.

Aangezien in de modelmatige aanpak van de basisversie van het handboek geen directe vergelijking wordt gemaakt met gerealiseerde transacties, bestaat een risico dat de waardering volgens de basisversie niet leidt tot een acceptabele waardering van het vastgoed in exploitatie.

Dit punt is geïdentificeerd als kernpunt in de controle als gevolg van de inschattingen die samenhangen met de toepasbaarheid van de basisversie en inschattingen die worden gemaakt ten aanzien van de gehanteerde invoerparameters, in combinatie met de significante omvang van de post.
Wij hebbende de opzet en het bestaan van de administratieve organisatie en de interne beheersingsmaatregelen voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat vastgesteld.

Controle input
Onze controlewerkzaamheden bestonden onder meer uit het vaststellen van de naleving van de bepalingen uit het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’, peildatum 31 december 2025. Wij hebben de juistheid van de objectgegevens die ten grondslag liggen aan de berekening van de waardering (‘input in het rekenmodel’) gecontroleerd.

Controle throughput
Wij hebben vastgesteld dat de marktwaarde in verhuurde staat is berekend door middel van een gecertificeerd rekenmodel (verificatie van de ‘throughput’). Wij hebben vastgesteld dat Ons Huis, Woningstichting aanvullend interne beheersingsmaatregelen heeft doorgevoerd om te komen tot een betrouwbare uitkomst van de marktwaarde uit dit model.

Controle output
De uitkomsten van de waardering gebaseerd op de basisversie hebben wij getoetst, onder andere aan de hand van onderliggende documentatie en marktontwikkelingen.

Daarnaast hebben wij gecontroleerd of de toelichting op het vastgoed in exploitatie in de jaarrekening toereikend is. Hierbij is vastgesteld dat de schattingsonzekerheid adequaat door het bestuur uiteengezet is.

Observaties
Op basis van de door ons uitgevoerde controlewerkzaamheden hebben wij bij de waardering van het vastgoed in exploitatie geen materiële afwijkingen geconstateerd.
Bepaling en toelichting beleidswaarde vastgoed in exploitatie Onze controleaanpak en observaties
Op grond van artikel 15, lid 3 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 en RJ645.304 moet in de toelichting van de jaarrekening de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie worden vermeld. Op pagina 132-135 van de jaarrekening is deze beleidswaarde toegelicht.

De beleidswaarde is een belangrijke parameter voor de bepaling van financiële ratio’s van Ons Huis, Woningstichting gebaseerd op de Aw/WSW-normen en deze vormt daarmee een uitgangspunt voor de beoordeling van de financiële positie (inclusief de continuïteitsveronderstelling) in de jaarrekening.

Overeenkomstig het Handboek Modelmatig waarderen marktwaarde wordt de beleidswaarde bepaald door op vijf aspecten aanpassingen door te voeren in de uitgangspunten van de DCF berekening van de marktwaarde.

Bij de bepaling van de beleidswaarde heeft het bestuur een aantal significante schattingen moeten maken, wat significante effecten heeft op de waardering en daaruit voortvloeiende financiële ratio’s. Derhalve hebben wij de beleidswaarde in exploitatie als kernpunt in onze controle aangemerkt.
Wij hebbende de opzet en het bestaan van de administratieve organisatie en de interne beheersingsmaatregelen voor de bepaling van de beleidswaarde vastgesteld.

Wij hebben vastgesteld dat de objectgegevens waarmee de beleidswaarde bepaald wordt, overeenkomen met de objectgegevens waarmee de marktwaarde berekend is, met uitzondering van de vijf aspecten waarop andere uitgangspunten verplicht zijn voor het bepalen van de beleidswaarde.
Voor het bepalen van de beleidswaarde is gebruik gemaakt van een gecertificeerd rekenmodel.

Voorts hebben wij vastgesteld dat overeenkomstig de bepalingen in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde uitwerking is gegeven aan de berekening van de beleidswaarde en daarbij dat:
- de bepaling van de beleidswaarde is gebaseerd op het doorexploitatie scenario, waarbij de kasstromen gebaseerd zijn op een eeuwigdurende benadering van 60-jaar (zonder eindwaarde);
- streefhuren en huurverhogingen zijn gebaseerd op het eigen beleid;
- de ingerekende onderhoudskasstromen gebaseerd zijn op het eigen beleid per complex voor een periode van 60 jaar, dat is vastgelegd in de meerjarenonderhoudsbegroting respectievelijk daaruit afgeleide normen;
- de beheernormen gebaseerd zijn op meerjarige beheerlasten gebaseerd op het eigen beleid;
- De sociale disconteringsvoet uit het Handboek is gehanteerd.

Wij hebben gecontroleerd of voornoemd eigen beleid overeenkomt met onderliggende documentatie en beleidsdocumenten.

Daarnaast hebben wij gecontroleerd of de toelichting op de beleidswaarde in de jaarrekening toereikend is. Hierbij is vastgesteld dat de gevoeligheid in relatie tot de realiseerbaarheid van de uitkomsten adequaat door het bestuur is uiteengezet.

Observaties
Op pagina 135 in de jaarrekening is een sensitiviteitsanalyse opgenomen, teneinde de potentiële effecten van de diverse uitgangspunten en componenten op de beleidswaarde ultimo 2025 nader te duiden.

Wij hebben vastgesteld dat de door de corporatie gehanteerde veronderstellingen voor het bepalen van de in de jaarrekening 2025 opgenomen beleidswaarde aanvaardbaar zijn en dat de wijze waarop de beleidswaarde wordt bepaald voldoet aan de richtlijnen zoals opgenomen in het Handboek modelmatig waarderen zoals gepubliceerd door de Aw op 15 maart 2026.

Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd
In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2025 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.

Naleving vereisten van Regelgevende Technische Standaard van SBR, inclusief XBRL-markering, niet gecontroleerd
De accountantscontrole bevat de toetsing dat de opgemaakte jaarrekening voldoet aan de wettelijke bepalingen bij en krachtens artikel 35 van de Woningwet en de Wet normering topinkomens (WNT). Onze controleverklaring is afgegeven bij de opgemaakte jaarrekening en zal worden gevoegd bi

j de digitaal te deponeren jaarrapportage. Dat betekent dat de naleving van alle vereisten van de Regelgevende Technische Standaard van het SBR-domein Handelsregister (waaronder de aangebrachte eXtensible Business Reporting Language (XBRL) markeringen) geen onderdeel van de accountantscontrole is geweest.

Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie

Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat het jaarverslag andere informatie, die bestaat uit: 

  • bestuursverslag, inclusief het volkshuisvestelijk verslag en het verslag van de raad van commissarissen;
  • overige gegevens.

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:

  • met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;
  • alle informatie bevat die op grond van artikel 36 en 36a van de Woningwet is vereist.

Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.

Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in rubriek A van het accountantsprotocol zoals opgenomen in bijlage 4 bij artikel 17 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.

Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag (inclusief het volkshuisvestelijk verslag) en de overige gegevens in overeenstemming met artikel 36 en 36a van de Woningwet.

Verklaring betreffende overige door wet- of regelgeving gestelde vereisten

Benoeming
Wij zijn door de raad van commissarissen benoemd als accountant van Ons Huis, Woningstichting vanaf de controle van het boekjaar 2017 en zijn sinds dat boekjaar de externe accountant.

Geen verboden diensten
Wij hebben geen verboden diensten als bedoeld in artikel 5, lid 1 van de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang geleverd.

Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening

Verantwoordelijkheden van het bestuur en de raad van commissarissen voor de jaarrekening
Het bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met de vereisten voor de jaarrekening bij en krachtens artikel 35 van de Woningwet en de WNT.

In dit kader is het bestuur verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.

Bij het opmaken van de jaarrekening moet het bestuur afwegen of de toegelaten instelling in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van artikel 35 van de Woningwet moet het bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuur het voornemen heeft om de toegelaten instelling te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. Het bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de toegelaten instelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.

De raad van commissarissen is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de toegelaten instelling.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening
Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.

Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten ontdekken.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Controleprotocol WNT 2025, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:

  • het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
  • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de toegelaten instelling;
  • het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;
  • het vaststellen dat de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de toegelaten instelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een toegelaten instelling haar continuïteit niet langer kan handhaven;
  • het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en
  • het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.

Wij communiceren met de raad van commissarissen onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing. In dit kader geven wij ook een verklaring aan het auditcomité op grond van artikel 11 van de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang. De in die aanvullende verklaring verstrekte informatie is consistent met ons oordeel in deze controleverklaring.

Wij bevestigen aan de raad van commissarissen dat wij de relevante ethische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd.Wij communiceren ook met de raad over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Wij bepalen de kernpunten van onze controle van de jaarrekening op basis van alle zaken die wij met de raad van commissarissen hebben besproken. Wij beschrijven deze kernpunten in onze controleverklaring, tenzij dit is verboden door wet- of regelgeving of in buitengewoon zeldzame omstandigheden wanneer het niet vermelden in het belang van het maatschappelijk verkeer is.

Zwolle, 13 mei 2026

BDO Audit & Assurance B.V.
namens deze,

w.g.

R.W. van Hecke RA

De data van tabellen en grafieken wordt opgebouwd. Ververs de pagina om te bekijken of de nieuwe data beschikbaar is.